STAATSCOURANT
Nr. 10580
27 februari
2017


Besluit houdende vaststelling Draaginsigne Gewonden 2017

17 februari 2017
Nr. BS2017001919

De Minister van Defensie

Besluit:

Artikel 1 Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:
draaginsigne: Draaginsigne Gewonden;
lichamelijke verwonding: schade aan of beschadiging van het lichaam tengevolge van een van buiten aangrijpend geweld, CBRN-oorlogsvoering of een andere fysische conditie als gevolg waarvan scheiding van de normale samenhang van weefsel optreedt;
psychisch letsel: een acuut of chronisch psychiatrisch toestandsbeeld, beschreven in het geldende 'Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders' of in de 'International Classification of Diseases and related health problems' en waarvan de diagnose is gesteld door of onder supervisie van een psychiater.

Artikel 2 Uiterlijk draaginsigne

  1. Er is een Draaginsigne Gewonden.
  2. Het draaginsigne is kruisvormig en heeft een zilveren kleur.
  3. Op de horizontale balk staat de spreuk ‘VULNERATUS NEC VICTUS’; de verticale balk stelt de door een lauwertak omgeven eerdere Gewondenstreep voor; diagonaal aan het kruis ontspringen 'vier leeuwen op blok' uitbeeldend de stoktoppen van de vaandels en standaarden van de krijgsmacht.
  4. Bij de uitreiking van het draaginsigne ontvangt de gedecoreerde tevens een oorkonde en een verkleinde versie in de vorm van een reversspeld.

Artikel 3 Toekenningscriteria

  1. Het draaginsigne wordt toegekend aan de militair of de gewezen militair die:
    1. onder oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties het Koninkrijk der Nederlanden dient of heeft gediend; en
    2. gedurende het vervullen van zijn plicht:
      1. direct betrokken is geweest bij een (mede) tegen hem gerichte gevechtshandeling dan wel (mede) tegen hem gerichte gevechtshandelingen; of
      2. in persoon (mede) tegen hem gerichte enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening dan wel een dreiging daarvan heeft ondergaan; of
      3. herhaaldelijk of langdurig in persoon, anders dan het enkel vernemen, horen zeggen of zien is blootgesteld aan de directe afschuwwekkende gevolgen van oorlogsgeweld; en
    3. als gevolg daarvan ernstig lichamelijk gewond is geraakt of ernstig psychisch letsel heeft opgelopen.
  2. Het insigne wordt daarnaast toegekend aan Nederlands vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd indien dat voldoet aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid.
  3. Onder gewezen militair, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: degene die heeft gediend bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL), ongeacht of hij is overgegaan naar de Koninklijke Landmacht of een ander deel van de Nederlandse Krijgsmacht.
  4. Onder oorlogsomstandigheden of een daarmee overeenkomende situatie, genoemd in het eerste lid, wordt mede verstaan: een missie ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde voor zover deze missie bij regeling van Onze Minister is aangewezen en een binnenlandse militaire of politionele operatie ter bescherming van het grondgebied of ter handhaving van de rechtsorde.
  5. Onder gevechtshandeling, genoemd in het eerste lid, wordt verstaan: optreden van strijdende partijen of derden met direct vuur, indirect vuur of hiermee vergelijkbaar gevechtscontact.
  6. Onder enige andere vorm van excessieve geweldsuitoefening, genoemd in het eerste lid, wordt onder meer verstaan: geweldsuitoefening door middel van ontploffing van mijnen of geïmproviseerde explosieven, zelfmoordaanslagen, gijzeling en marteling.

Artikel 4 Lichamelijke verwonding of psychisch letsel

  1. De ernst van de lichamelijke verwonding of het psychische letsel, genoemd in artikel 3, eerste lid, onder c, wordt in elk geval mede bepaald door de volgende omstandigheden:
    1. de militair ontving medische, specialistische zorg; bij acute psychiatrische toestandsbeelden volstaat psychiatrische zorg op afstand indien het verlenen van deze zorg anderszins niet mogelijk is;
    2. zonder medische (specialistische) zorg was de opgelopen verwonding in potentie bedreigend voor het individu of een lichaamsdeel van het individu;
    3. opname in verband met de lichamelijke verwonding of het psychische letsel was op enig moment op medische gronden noodzakelijk conform de geldende Nederlandse medische specialistische richtlijnen;
    4. de militair was meer dan zeven dagen achtereen niet inzetbaar.
  2. Ten aanzien van toekenning van het draaginsigne in verband met psychisch letsel wordt niet getoetst aan de omstandigheden, genoemd in het vorige lid, onder b en onder d.
  3. Opname voor preventieve observatie wordt niet als een medisch noodzakelijke opname beschouwd.
  4. Een blijvende lichamelijke verwonding of blijvend psychisch letsel is niet vereist.

Artikel 5 Onwaardig gedrag

  1. Toekenning geschiedt niet aan degene die zich onwaardig heeft gedragen.
  2. Er is sprake van onwaardig gedrag wanneer degene die in aanmerking wenst te komen voor het draaginsigne:
    1. zich schuldig heeft gemaakt aan collaboratie en dit blijkt uit stukken, waaronder een gerechtelijke uitspraak, of;
    2. zich direct voorafgaande, tijdens of aansluitend op het gewond raken, schuldig heeft gemaakt aan een militair misdrijf zoals desertie, sabotage of het niet opvolgen van een dienstbevel, en dit misdrijf in relatie staat tot de omstandigheden en gedragingen waaronder de lichamelijke verwonding of het psychische letsel is opgelopen, of;
    3. zich in de betreffende periode schuldig heeft gemaakt aan een oorlogsmisdaad en daarvoor is veroordeeld, of;
    4. zich opzettelijk schuldig heeft gemaakt aan zelfverwonding.

Artikel 6 Eenmalige toekenning

Het draaginsigne wordt eenmalig en bij leven toegekend.

Artikel 7 Aanvraagprocedure, toekenning en uitreiking militairen

  1. Het verzoek om toekenning van het draaginsigne wordt, onder gebruikmaking van het voorgeschreven defensieformulier, schriftelijk ingediend door betrokkene, door de commandant van de militair in actieve dienst of door de zorgcoördinator van het Veteranenloket.
  2. De toekenning van het draaginsigne geschiedt door de Minister van Defensie. Hij wordt hiertoe geadviseerd door de Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden.
  3. De uitreiking van het draaginsigne aan de militair in actieve dienst geschiedt doorgaans door zijn commandant.
  4. De uitreiking van het draaginsigne aan de gewezen militair geschiedt naar diens wens doorgaans door de burgemeester van zijn woonplaats, door een functionaris van het Veteraneninstituut, of door een functionaris van zijn voormalige militaire eenheid.
  5. De uitreiking van het draaginsigne aan de gewezen militair die in de Caraïbische delen van het Koninkrijk of in het buitenland verblijft, geschiedt naar diens wens door de daar aanwezige militaire autoriteit.

Artikel 8 Zeelieden

De Minister van Infrastructuur en Milieu beslist in de gevallen waarin dit besluit niet voorziet indien het betreft vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd.

Artikel 9 Intrekking van de toekenning

  1. De Minister van Defensie of de Minister van Infrastructuur en Milieu kan de toekenning intrekken op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn geweest en op grond waarvan de toekenning niet zou hebben plaatsgehad.
  2. Na intrekking als bedoeld in het eerste lid, is betrokkene niet langer gerechtigd het draaginsigne te dragen en wordt dit samen met de oorkonde onverwijld aan de Minister van Defensie teruggegeven.

Artikel 10 Hardheidsclausule

In zeer bijzondere gevallen kunnen de Minister van Defensie of de Minister van Infrastructuur en Milieu het draaginsigne toekennen aan degene die niet of niet volledig voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 3.

Artikel 11 Intrekking besluit

Het besluit D90/251/24321 van 11 oktober 1990 en het daarop gebaseerde beleid wordt ingetrokken.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 13 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Draaginsigne Gewonden 2017.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 februari 2017

De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert


TOELICHTING

Het Draaginsigne Gewonden kan worden toegekend aan de (gewezen) militair en aan Nederlands vaarplichtig koopvaardijpersoneel in oorlogstijd die of dat als gevolg van het dienen van het Koninkrijk onder oorlogsomstandigheden of daarmee overeenkomende situaties, lichamelijk of psychisch gewond is geraakt.

Artikelsgewijs

Artikel 1

Onder psychisch letsel wordt verstaan een acuut of chronisch psychiatrisch toestandsbeeld dat beschreven is in het geldende 'Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders' (DSM) of in de 'International Classification of Diseases and related health problems' (ICD hoofdstuk 5: psychische stoornissen en gedragsstoornissen, actuele versie) en waarvan de diagnose is gesteld door of onder supervisie van een psychiater. De DSM stelt als voorwaarde om PTSS te kunnen stellen: 'De stoornis veroorzaakt in significante mate lijden of beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen.'. De ICD-10 bevat een vergelijkbare omschrijving (het F-criterium bij de diagnose PTSS, diagnosecode F43.1.

Artikel 2

Het Draaginsigne Gewonden is ingesteld op 11 oktober 1990, bij besluit D90/251/24321. Dit besluit wordt ingetrokken. Met artikel 2, eerste lid, is beoogd het draaginsigne zelf onverminderd te laten voortbestaan.
De in het tweede lid genoemde spreuk 'VULNERATUS NEC VICTUS' betekent: gewond maar niet verslagen. De Gewondenstreep werd voornamelijk gedurende de Tweede Wereldoorlog aan de gewonde militair toegekend in voormalig Nederlands-Indië en Korea.

Artikel 3

Het woord 'of' in het eerste lid, onder b, moet worden gelezen als en/of. Daarmee is niet uitgesloten dat zich tegelijkertijd meerdere omstandigheden voordoen.
Uit het eerste lid, onder b, volgt dat psychisch letsel, veroorzaakt door het enkel vernemen -horen zeggen of zien- van schokkende situaties aangaande anderen dan de militair zelf, geen aanleiding kan vormen voor toekenning van het draaginsigne. Er moet sprake zijn van actief handelen t.a.v. slachtoffers van oorlogsgeweld. Een voorbeeld daarvan is het ruimen van massagraven, of het langdurig en veelvuldig verplegen van slachtoffers. Uit het eerste lid, onder b, volgt ook dat het moet gaan om directe afschuwwekkende gevolgen van oorlogsgeweld. Een vluchtelingenstroom wordt als indirect gevolg beschouwd.
Een verkeersongeval of een bedrijfsongeluk leidt slechts tot toekenning van het draaginsigne als tevens aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, is voldaan. Denk aan een verkeersongeval tijdens gevechtsomstandigheden of battle damage repair tijdens een beschieting. Dit geldt ook voor een lichamelijke verwonding of psychisch letsel, ontstaan door nalatigheid of onvoorzichtigheid van een medemilitair.
Voorbeelden van een in het vierde lid genoemde 'daarmee overeenkomende situatie' zijn militaire of politionele operaties bij gijzelingen, kapingen, ontvoeringen en aanslagen en het uitschakelen van terroristen door bepaalde Defensie-eenheden.
Een vermoede, gestelde of eventuele positieve invloed op het genezingsproces van de veteraan, wordt niet als reden, argument, criterium of factor gezien in het kader van het toekennen van het Draaginsigne Gewonden. Het draaginsigne richt zich op het letsel en de omstandigheden waaronder dat is opgelopen. Het richt zich niet op het genezingsproces. Voor genezing of ondersteuning van de veteraan kunnen andere instrumenten worden ingezet. Daarbij valt te denken aan medische of psychiatrische begeleiding, aan bijeenkomsten met lotgenoten of aan voorzieningen zoals een militair invaliditeitspensioen.

Artikel 4

De opsomming, genoemd in het eerste lid, is niet limitatief. Indien een of meer van genoemde omstandigheden aanwezig zijn, is er een aanmerkelijke kans op een ernstige lichamelijke verwonding of ernstig psychisch letsel.
Ernstig psychisch letsel is niet altijd bedreigend voor het organisme. Ook hoeven psychiatrische toestands-beelden zich niet acuut te openbaren na de gebeurtenis, maar kunnen deze toestandsbeelden pas geruime tijd na de gebeurtenis zich openbaren wanneer de militair al uit dienst is (verlate PTSS). Daarom spelen de omstandigheden, genoemd in het tweede lid, onder b en onder d, ter zake geen rol.
Opname, genoemd in het tweede lid, onder c, in verband met de lichamelijke verwonding of het psychisch letsel, diende op enig moment medisch noodzakelijk te zijn. Dat de opname wegens omstandigheden niet is geëffectueerd, of pas geruime tijd later noodzakelijk bleek (dit speelt met name bij psychische klachten), doet daar niet aan af.
Opname voor preventieve observatie -voor de zekerheid even blijven- wordt niet als een medisch noodzakelijke opname beschouwd.

Artikel 5

Bij de toetsing van de (on)waardigheid zijn het moment en de relatie van de gedraging in verhouding tot het gewond raken bepalend. PTSS of enige andere vorm van (psychisch) letsel, die de oorzaak vormt van de onwaardige gedraging, is geen uitsluitingsgrond.
Bij de toetsing van de aanvraag wordt uitgegaan van waardig gedrag. Onwaardig gedrag moet worden aangetoond of moet voldoende aannemelijk zijn in een periode die verband houdt met de gedraging.

Artikel 7

Voor actief dienend personeel verdient een aanvraag via de commandant onder wiens commando de militair staat, de voorkeur. Voor de gewezen militair verdient een aanvraag via het Veteranenloket de voorkeur. De zorgcoördinator van het Veteranenloket bekijkt bij de aanmelding van een hulp- of zorgvraag of de veteraan in aanmerking zou kunnen komen voor het draaginsigne en of de veteraan dat wenst. Ten aanzien van de militair die lijdt aan PTSS draagt Defensie zorg voor het voorstel.
Bij een aanvraag gebruikt de verzoeker het door Defensie voorgeschreven formulier. De verzoeker verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op een aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De door verzoeker genoemde gebeurtenissen moeten genoegzaam aannemelijk zijn gemaakt. De minister van Defensie moet aan de hand van objectieve maatstaven kunnen vaststellen of de gebeurtenissen die het letsel hebben veroorzaakt, hebben plaatsgevonden.
De Centrale Adviescommissie Draaginsigne Gewonden (CADIG), genoemd in het tweede lid, adviseert de minister van Defensie. Bij spoedeisende zaken adviseert de voorzitter van de CADIG namens de commissie per omgaande de minister. De CADIG voert zijn taken onafhankelijk uit. De CADIG is niet gebonden aan eventuele toezeggingen aan de betrokkene door andere functionarissen.
De uitreiking van het draaginsigne geschiedt doorgaans door de functionarissen, genoemd in het derde en vierde lid. Als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan daar echter van worden afgeweken, zodat dan bijvoorbeeld ook de Inspecteur Generaal der Krijgsmacht tot uitreiken bevoegd is.
De uitreiking van het draaginsigne aan de gewezen militair die in het buitenland verblijft, geschiedt in beginsel door de militaire autoriteit die daar is geplaatst. Daarbij kan worden gedacht aan de Nederlandse defensie-attache, de Commandant van de Nederlandse troepen die daar zijn gelegerd of de Senior National Representative. In voorkomend geval kan de uitreiking ook plaatsvinden door de plaatselijke civiele autoriteit, nadat deze daartoe door de minister is gemachtigd.

Artikel 10

De Minister van Defensie kan in zeer specifieke gevallen afwijken van het gestelde in de regeling. Hij zal deze hardheidsclausule in de regel zeer terughoudend toepassen.

Artikel 11 en 12

Het Draaginsigne Gewonden is ingesteld op 11 oktober 1990, bij besluit D90/251/24321. Dit besluit wordt ingetrokken.
In de loop van de tijd is nader beleid geformuleerd op basis van besluit D90/251/24321, de 'Richtlijnen toekenning Draaginsigne Gewonden' en de 'Verbijzondering richtlijnen toekennen Draaginsigne Gewonden'. Ter Omwille van het overzicht wordt het beleid per 1 januari 2017 vervangen door dit Besluit Draaginsigne Gewonden 2017. Dit besluit heeft onmiddellijke werking. Het is daarom ook van toepassing op aanvragen die voor 1 januari 2017 zijn ingediend en waarover nog geen beslissing is afgegeven.

De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert