Staatscourant No. 142 van 26 juli 2005, pag. 6


DEF
Instellingsbesluit Luchtmachtmedaille

8 juli 2005/nr. DO 038/2005002663

De Minister van Defensie,

Besluit:

Artikel 1
Ingesteld wordt de Luchtmachtmedaille.

Artikel 2
1. De medaille is cirkelvormig met een middellijn van 35 millimeter en vervaardigd van bronskleurig metaal. De voorzijde van de medaille vertoont het westelijk halfrond met het embleem van de Koninklijke Luchtmacht, oprijzend uit de Atlantische Oceaan; de achterzijde vertoont het Rijkswapen.
2. De medaille is door middel van een ring verbonden aan een moiré lint. Dit lint is 27 millimeter breed. Het lint heeft 5 banen in de kleuren van respectievelijk blauw, oranje, geel, oranje, blauw in breedtes van respectievelijk 9, 31/2, 2, 31/2 en 9 millimeter.

Artikel 3
1. De medaille wordt toegekend aan de militair in werkelijke dienst die driehonderd nachten van huis is geweest in het kader van het verrichten van de volgende meerdaagse operationele diensten:
a. oefeningen opgenomen in de Activiteitenkalender Tactische Luchtmacht voorzover door de Commandant Tactische Luchtmacht daartoe aangemerkt;
b. missies in een uitzendgebied waarop de Regeling Voorzieningen bij Vredes- en Humanitaire operaties van toepassing is (VVHO), en waarvoor geen andere onderscheiding is toegekend;
c. inzet in het kader van militaire steunverlening in het openbaar belang alsmede andere door de Minister van Defensie te bepalen vormen van bijzondere inzet voor zover door de Commandant Tactische Luchtmacht daartoe aangemerkt;
2. Met een operationele dienst als bedoeld in het eerste lid wordt gelijkgesteld de operationele dienst die door een militair der Koninklijke Luchtmacht is verricht bij een eenheid van de Koninklijke Landmacht, de Koninklijke Marine of de Koninklijke Marechaussee, voor zover die dienst naar het oordeel van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten vergelijkbaar is met deze operationele dienst.

Artikel 4
Bij de berekening van het aantal nachten van huis, bedoeld in artikel 3, wordt buiten beschouwing gelaten de diensttijd op grond waarvan een Marine-, Landmacht- of Marechausseemedaille is toegekend.

Artikel 5
In bijzondere gevallen kan de Minister van Defensie afwijken van artikel 3.

Artikel 6
De medaille wordt slechts éénmaal toegekend.

Artikel 7
Het is de militair toegestaan de medaille, een verkleind model of alleen het lint te dragen.

Artikel 8
Bij de medaille behoort een op naam gestelde oorkonde.

Artikel 9
De kosten van vervaardiging van de medaille met toebehoren komen ten laste van het Rijk.

Artikel 10
De medaille wordt namens de Minister van Defensie toegekend door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten.

Artikel 11
De Minister van Defensie kan de medaille tijdelijk of blijvend ontnemen aan een militair die zich de medaille naar zijn oordeel niet langer waardig toont.

Artikel 12
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13
Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Instellingsbesluit Luchtmachtmedaille’.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 8 juli 2005.
De Minister van Defensie,
H.G.J. Kamp.

Toelichting

Algemeen

Op 14 maart 2000 is de Commissie Toekomst Decoraties van de Minister van Defensie ingesteld. Deze commissie had de opdracht ‘de Minister te adviseren over het gebruik en de betekenis, nu en in de toekomst, van de decoraties, voor zover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie, rekening houdend met wijzigingen in de internationale context waarbinnen de defensieorganisatie zich manifesteert’. Een van de aanbevelingen in het eindrapport (juli 2001) van deze commissie is om de Marinemedaille te handhaven en desgewenst, met zoveel mogelijk analogie in de toekenningscriteria, ook een operationele medaille voor de overige krijgsmachtdelen in te stellen. Het onderhavige besluit strekt er toe om een met de Marinemedaille vergelijkbare operationele medaille voor de Koninklijke Luchtmacht in te stellen.

Artikelsgewijs

Artikel 2
Bij de vormgeving van de LuchtmachtMarechausseemedaille is, evenals bij de Landmachtmedaille en Marechausseemedaille het geval is, de Marinemedaille als uitgangspunt genomen.

Artikel 3
Artikel 3 bevat de criteria op grond waarvan de Luchtmachtmedaille wordt toegekend. De Commissie Toekomst Decoraties van de Minister van Defensie heeft geconstateerd dat de toekenningscriteria voor de Marinemedaille elementen in zich herbergen die zich laten vergelijken met uitzenddruk tijdens vredesoperaties. De Marine-onderdelen die het betreft zijn veelvuldig van ‘huis en haard’. Binnen de Koninklijke Luchtmacht is het niet mogelijk om operationele eenheden te definiëren zonder een aantal functionarissen te kort te doen of een aantal functionarissen onterecht een medaille toe te kennen. Derhalve is besloten per individu te kiezen voor een aantal nachten van huis ten behoeve van operationele inzet. De norm is volgens de volgende rekenmethodiek bepaald. Over een periode van 4 jaar is het gemiddelde aantal oefendagen per jaar per onderdeel bezien. Vervolgens is dit herleid tot een gemiddeld aantel oefendagen per onderdeel. Gelet op de zogenaamde ’drieslag operationele gereedstelling’ wordt dit gemiddelde voorts door 3 gedeeld. Gerekend over een periode van 7 jaar, zoals die door de KL en de KMAR wordt gehanteerd voor binnenlandse operationele plaatsingen, komt dit afgerond neer op 300 nachten van huis. De norm wordt gesteld op 300 nachten van huis voor het verrichten van meerdaagse operationele diensten zoals hierboven gedefinieerd.
Het gestelde in artikel 3 lid 2 is van toepassing op operationele dienst verricht bij een ander krijgsmachtdeel, waarvan de periode waarin de dienst is verricht, meetelt voor de krijgsmachtmedaille van dat onderdeel. Toerekening zal naar rato geschieden. Zo telt 1 jaar vaarplaatsing mee voor 1/6x300=50 nachten van huis, immers de Marinemedaille wordt toegekend na 6 jaar vaarplaatsing. Vanaf het moment dat dit besluit in werking treedt zal registratie van het aantal nachten van huis in dit kader per individu plaatsvinden. Voor wat betreft de terugwerkende kracht zal de toekenning geschieden op initiatief van de Koninklijke Luchtmacht en kan ieder individu een verzoek tot het verkrijgen van de medaille indienen, waarbij betrokkene aannemelijk dient te maken dat het gestelde in artikel 3 op hem of haar van toepassing zou zijn geweest.

Artikel 4
Het kan zich voordoen dat reeds een krijgsmachtdeelmedaille van een ander krijgsmachtdeel is toegekend. De zinsnede ‘een met de Luchtmachtmedaille vergelijkbare onderscheiding’ ziet in de eerste plaats op de Marinemedaille, Landmachtmedaille en Marechausseemedaille. Met deze bepaling wordt beoogd ‘dubbel decoreren’ voor dezelfde operationele inzet tegen te gaan.

Artikel 5
Dit artikel bevat een hardheidsclausule waarmee de Minister van Defensie in een bijzonder geval kan afwijken van de toekenningscriteria, die zijn opgenomen in artikel 3.

De Minister van Defensie,
H.G.J. Kamp.