Staatscourant No. 205 van 24 oktober 2002, pag. 9


DEF
Instellingsbesluit Ereteken voor Verdienste

23 juli 2002/nr. DO 055/2002 001827 Sectie Onderscheidingen

De Minister van Defensie

Besluit:

Artikel I
Het besluit van de Minister van Defensie van 18 mei 1988, nr. DO 88/055/10466, houdende vaststelling van nadere aanwijzingen ter zake de ministeriële regeling van 16 april 1987, nr. PO 87/055/2101, houdende de instelling van het Ereteken voor Verdienste, wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel I (Toelichting op het instellingsbesluit) vervalt.

B. Artikel II wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘het Hoofd van het Bureau Onderscheidingen’ vervangen door: het hoofd van de sectie onderscheidingen.
2. De bijlage, bedoeld in het derde lid, wordt vervangen door de bijlage, die bij deze regeling is opgenomen.

C. Artikel III, tweede lid, komt te luiden:

2. De Adviescommissie bestaat uit:
a. de secretaris-generaal, voorzitter, tevens lid;
b. de chef van het kabinet van de chef defensiestaf, lid;
c. de Krijgsmachtadjudant, lid;
d. een door de bevelhebber der zeestrijdkrachten aangewezen vertegenwoordiger van de Koninklijke Marine, lid;
e. een door de bevelhebber der landstrijdkrachten aangewezen vertegenwoordiger van de Koninklijke Landmacht, lid;
f. een door de bevelhebber der luchtstrijdkrachten aangewezen vertegenwoordiger van de Koninklijke Luchtmacht, lid;
g. een door de bevelhebber van de Koninklijke Marechaussee aangewezen vertegenwoordiger van de Koninklijke Marechaussee, lid;
h. een door de commandant defensie interservice commando aangewezen vertegenwoordiger van het defensie interservice commando, lid;
i. het hoofd van de sectie onderscheidingen, lid, tevens secretaris.

Artikel II
De Adviescommissie, bedoeld in artikel I, onderdeel c, zendt voor 1 oktober 2004 aan de Minister van Defensie een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van haar functioneren in de praktijk.

Artikel III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel C, dat in werking treedt met ingang van 1 oktober 2002.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage, 23 juli 2002. A.H. Korthals.

Toelichting
Bij besluit van de Minister van Defensie van 14 maart 2000 is de commissie ‘toekomst decoraties van de Minister van defensie’ ingesteld. Deze commissie heeft aan de Minister van Defensie advies uitgebracht over het gebruik en de betekenis, nu en in de toekomst, van de decoraties, voorzover vallend onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Defensie. Een van de voorstellen die de commissie heeft gedaan is het aanwijzen van het Ereteken voor Verdienste als onderscheiding voor exceptionele activiteiten voor de Nederlandse krijgsmacht. De onderhavige regeling geeft uitvoering aan het door de commissie gedane voorstel.
Artikel I, onderdeel A, van de regeling laat artikel I van het besluit van de Minister van Defensie van 18 mei 1988, nr. DO 88/055/10466, houdende vaststelling van nadere aanwijzingen ter zake van de ministeriële regeling van 16 april 1987, nr. PO 87/055/2101, houdende de instelling van het Ereteken voor Verdienste, vervallen. Vorenbedoeld artikel bevatte beperkende bepalingen ter zake van de toekenningscriteria voor deze onderscheiding, zoals vastgelegd in artikel 3 van de ministeriële regeling waarbij het Ereteken voor Verdienste is ingesteld. Deze beperkingen worden thans geschrapt, waardoor het mogelijk is het ereteken toe te kennen aan een ieder die een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd dan wel zich op uitzonderlijke wijze verdienstelijk heeft gemaakt voor de Nederlandse krijgsmacht.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om (in artikel I, onderdeel B, van de regeling) een zuiver redactionele wijziging aan te brengen en een nieuw formulier voor het doen van een voorstel voor toekenning van het Ereteken voor Verdienste vast te stellen. Het eerder vastgestelde formulier bleek sterk verouderd en is om die reden in onbruik geraakt. Het nieuwe formulier is als bijlage bij de regeling opgenomen.
Tenslotte wordt (in artikel I, onderdeel C, van de regeling) de samenstelling van de commissie die over voorstellen voor toekenning van het Ereteken voor Verdienste adviseert, verbreed.
Aan de adviescommissie worden thans de Krijgsmachtadjudant en vertegenwoordigers van de krijgsmachtdelen, waaronder mede begrepen het defensie interservice commando, toegevoegd. Met de uitbreiding van de adviescommissie wordt beoogd om de betrokkenheid van de krijgsmachtdelen bij het beleid inzake de toekenning van het Ereteken een krachtige impuls te geven. Teneinde de uitbreiding van de adviescommissie te kunnen evalueren is in artikel II van de regeling bepaald dat de adviescommissie voor 1 oktober 2004 aan de Minister van Defensie een verslag zendt over de doeltreffendheid en de effecten van haar functioneren in de praktijk.
Om de bevelhebbers en de commandant van het defensie interservice commando in staat te stellen tijdig een vertegenwoordiger van het betrokken krijgsmachtdeel aan te wijzen, treedt artikel I, onderdeel C, pas met ingang van 1 oktober 2002 in werking.

De Minister van Defensie,
A.H. Korthals.