IV.4.b


Dragen van insignes of onderscheidingstekenen door vrijwilligers van de gemeentepolitie

23 april 1965

Beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken van 23 april 1965 Nr. EA 65/U751 Directie O.V.V. Afdeling A.Z. Onderafdeling P (Stcrt. 90).

De Minister van Binnenlandse Zaken,

Gelet op artikel 36 van de Rechtstoestandsregeling reserve-politie (Stb. 1964, 473)I

Besluit:

Artikel 1. Aan de vrijwilligers bij de gemeente-politie wordt - voor zover zij daartoe gerechtigd zijn - vergunning verleend om in dienst of bij het gekleed gaan in uniform de na te noemen insignes of onderscheidingstekenen te dragen:

I.Nederlandse insignes en onderscheidingstekenen:
a. de medaille van het Carnegie Heldenfonds,
b. de onderscheidingstekenen van de Vereniging "Het Nederlandsche Roode Kruis";
C. het kruis van de Bond voor Lichamelijke Opvoeding voor betoonde Marsvaardigheid (het Vierdaagse Kruis);
d. het kruis en de medaille van het Nederlands Olympisch Comité;
e de medaille van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart;
f. de medaille van de Nederlands-Indische Vereniging voor Luchtvaart;
g. het kruis van verdienste en de medaille voor bijzondere toewijding van de Nederlandse Bond van Vrijwillige Burgerwachten;
h. de medaille van de Bond voor Harmonische Lichaamsontwikkeling;
i. de kleine draagmedaille, behorende bij de legpenning van de Nederlandse Vereniging van Brandweercommandanten, het kruis van verdienste van de Koninklijke Nederlandse Brandweervereniging en van de Nederlandse Vereniging van Brandweerpersoneel;
j. de draagmedaille van de Maatschappij tot het Redden van Drenkelingen en het insigne van de Koninklijke Nederlandse Bond tot het Redden van Drenkelingen;
k. de baton met insigne, afgegeven door het Centraal Bureau tot uitreiking van het eenheidsdiploma E.H.B.O., te's-Gravenhage.

II. Buitenlandse insignes en onderscheidingstekenen:
a. het kruis "Pro Ecclesia et Pontifice" en de medaille "Bene Merenti", verleend door Zijne Heiligheid de Paus;
b. ordetekenen van de buitenlandse verenigingen van het Rode Kruis en die van het Comité International de la Croix Rouge.

Artikel 2. Het bepaalde in het vorige artikel laat onverlet de vrijheid tot het dragen van het oranje of de nationale kleuren en, voor zover daartegen uit andere hoofde geen bezwaar bestaat, van speldjes, kunstbloemen en dergelijke, welke worden uitgereikt als bewijs van ontvangst van een bijdrage in een van overheidswege toegestane collecte of inzameling, zulks op de dag, waarop de betreffende collecte of inzameling wordt gehouden.

Artikel 3. Deze beschikking, welke in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt tegelijk met de Rechtstoestandsregeling reserve-politie (Stb. 1964, 473) in werking.

's-Gravenhage, 23 april 1965

De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. Smallenbroek