Staatsblad
van het Koninkrijk der Nederlanden


Jaargang 2015


 
 
 


Nr. 108
Besluit van 2 februari 2015, houdende wijziging van de Besluiten inzake het Bronzen Kruis, de Bronzen Leeuw, het Kruis van Verdienste en het Vliegerkruis

  Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

  Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 29 januari 2015, nr. BS2015001005, directie juridische zaken, cluster wet- en regelgeving, gedaan mede namens Onze Minister van Algemene Zaken, Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

  Aan het Besluit van 1 Juni 1944, houdende instelling van het Bronzen Kruis (Staatsblad, No. E 37), wordt na artikel 5a een artikel ingevoegd dat luidt:

Artikel 5b.

  Ingaande 1 januari 2017 moet een verzoek om toekenning van het Bronzen Kruis zijn ingediend binnen tien jaar na het in artikel 2 genoemde optreden.

ARTIKEL II

  Aan het Besluit van 30 Maart 1944, houdende instelling van den Bronzen Leeuw (Staatsblad, No. E 21), wordt na artikel 6 een artikel ingevoegd dat luidt:

Artikel 6a.

  Ingaande 1 januari 2017 moet een verzoek om toekenning van de Bronzen Leeuw zijn ingediend binnen tien jaar na de in artikel 2 genoemde daden.

ARTIKEL III

  Aan het Besluit van 1 Juni 1944, houdende instelling van het Kruis van Verdienste (Staatsblad, No. E 38), wordt na artikel 4 een artikel ingevoegd dat luidt:

Artikel 4a.

  Ingaande 1 januari 2017 moet een verzoek om toekenning van het Kruis van Verdienste zijn ingediend binnen tien jaar na het in artikel 2 genoemde optreden.

ARTIKEL IV

  Aan het Besluit van 26 Mei 1944, houdende instelling van het Vlieger-kruis (Staatsblad, No. E34), wordt na artikel 5a een artikel ingevoegd dat luidt:

Artikel 5b.

  Ingaande 1 januari 2017 moet een verzoek om toekenning van het Vliegerkruis zijn ingediend binnen tien jaar na de in artikel 2 genoemde daden.

ARTIKEL V

  Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2015.

  Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 2 februari 2015

Willem-Alexander

De Minister van Algemene Zaken,
M. Rutte

De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert

De Minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de zeventiende maart 2015

De Minister van Veiligheid en Justitie,
S.A. Blok


NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

  Bijgaand Besluit introduceert per 1 juli 2015 een indieningstermijn van tien jaar voor aanvragen van toekenning van het Bronzen Kruis, de Bronzen Leeuw, het Kruis van Verdienste dan wel het Vliegerkruis. Het Bronzen Kruis kan worden toegekend na moedig en beleidvol optreden in de strijd tegenover de vijand. De Bronzen Leeuw kan worden toegekend na bijzonder moedig en beleidvol optreden in de strijd tegenover de vijand. Het Kruis van Verdienste kan worden toegekend aan degene die het belang van het Koninkrijk heeft gediend door moedig en beleidvol optreden in verband met vijandelijke actie. Het Vliegerkruis kan worden toegekend aan diegene die zich tijdens een of meer vluchten in een luchtvaartuig hebben onderscheiden door daden van initiatief, moed en volharding tegenover de vijand. De toekenning van deze medailles is niet voorbehouden aan militairen.

  De indieningstermijn verhoogt de uitvoerbaarheid van de regelgeving. Het onderzoek naar moedig optreden in oorlogsomstandigheden geschiedt aan de hand van persoonlijke getuigenissen en andere aanwijzingen. Binnen tien jaar na het optreden is de ware toedracht doorgaans nog te achterhalen, maar de kans op een realistische beoor-deling, die is vereist voor een gerechtvaardigde toekenning, wordt kleiner naarmate de tijd verstrijkt.

  Ten behoeve van de rechtszekerheid geldt een overgangstermijn van anderhalf jaar na inwerkingtreding van dit Besluit.

  De oorspronkelijke Besluiten zijn (deels) mede-ondertekend door de Minister van Algemeene Zaken, de Minister van Oorlog, de Minister van Marine, de Minister van Waterstaat, de Minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, de Minister van Scheepvaart en Visscherij, de Minister van Verkeer en Energie, de Minister van KoloniŽn en de Minister van Overzeesche Gebiedsdeelen. Dit verklaart de mede-ondertekening door hun opvolgers.

De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert