Staatsblad
van het Koninkrijk der Nederlanden



Jaargang 1914


 
 
 
 
 
 


(No. 546)
BESLUIT
van den 27sten November 1914, Strekkende tot aanvulling van het Koninklijk Besluit van 19 Maart 1913 (Staatsblad no. 113), houdende regeling van vrijwillige hulpverleening aan zieke en gewonde personen behoorende tot de legers of vloten van oorlogvoerende mogendheden, onder meer met bepalingen tot voorziening ten aanzien van krijgsgevangenen en geïnterneerden.


 

 Wij WILHELMINA bij de gratie Gods Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz.,enz.

 Op voordracht van Onze Ministers van Oorlog en van Marine van 6 October 1914, 1ste Afdeling no. 343 en van 12 October 1914, bureau S no. 77;

 Overwegende dat het aanbeveling verdient aan het Informatiebureau van het Nederlandsche Roode Kruis voor zieken en gewonden ook op te dragen de hulpverlening en inlichtingendienst ten aanzien van krijgsgevangenen en geÔnterneerden;

 Dat daartoe, alsmede om enkele andere redenen, ons Besluit van 19 maart 1913 (Staatsblad no. 113) aanvulling behoeft;

 Den Raad van State gehoord (advies van 27 October 1914, no. 21);

 Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Oorlog en van Marine van 18 November 1914, 1ste Afd., no. 75 en van 25 November 1914, Bureau B. no. 62;

 Hebben verstaan en goedgevonden:

Artikel I.

 Artikel 3, 1b. wordt gelezen als volgt :

 b. de noodige voorbereidingen te treffen, om ten tijde van oorlog vertrouwd en geoefend personeel, geneeskundige inrichtingen en doelmatig transport- en verplegingsmaterieel beschikbaar te kunnen stellen en een Informatiebureau voor zieken en gewonden in werking te kunnen doe treden, welk bureau dan tevens werkzaam zal zijn als Bureau van Inlichtingen voor krijgsgevangenen en geïnterneerden en belast zal zijn met het verstrekken van hulp aan dezen, een en ander overeenkomstig de Artikelen 14 en 15 van het Reglement betreffende de Wetten en gebruiken van den oorlog te land, vastgesteld bij het Haagsch Verdrag van 18 October 1907, bekend gemaakt bij Koninklijk Besluit van 22 Februari 1910 (Staatsblad no. 73).

Artikel II.

 Artikel 3, IIb, wordt gelezen als volgt:

 In werking te brengen en te houden een Informatiebureau voor zieken en gewonden, tevens Bureau van Inlichtingen voor krijgsgevangenen en geïnterneerden en belast met het verstrekken avn hulp aan dezen, een en ander overeenkomstig de Artikelen 14 en 15 van het Reglement betreffende de Wetten en gebruiken van den oorlog te land, vastgesteld bij het Haagsch Verdrag van 18 October 1907, bekend gemaakt bij Koninklijk Besluit van 22 Februari 1910 (Staatsblad no. 73).

Artikel III.

 Aan Artikel 6 wordt toegevoegd een derde alinea, luidende:

 De Eereleden der Vereeniging worden door Ons benoemd op voordracht van het Hoofdcomité.

Artikel IV.

 Na artikel 17 wordt aan het Koninklijk Besluit van 19 Maart 1913 (Staatsblad no. 113) toegevoegd:

 Artikel 18

 Door Ons wordt aan het hoofdcomité van de Vereeniging het Nederlandsche Roode Kruis bevoegdheid verleend voor belangrijke diensten in of jegens Vereeniging bewezen een zichtbaar te dragen "Kruis van Verdienste" of een "Medaille van Verdienste" te verleenen. De kosten hieraan verbonden komen ten laste der Vereeniging.

 Onze Ministers van Oorlog en van Marine zijn belast met de uitvoering van dit Besluit en waarvan afschrift zal worden gezonden aan Onze ministers van Buitenlandsche Zaken, van Binnenlandsche Zaken, van Justitie, van KoloniŽn en van Landbouw, Nijverheid en Handel, aan den Raad van State en aan de Algemeene Rekenkamer, en dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 Ďs-Gravenhage, den 27sten November 1914

WILHELMINA.

De Minister van Oorlog,
Bosboom.

De Minister van Marine,
J. J. Rambonnet.

Uitgegeven den negenden December 1914.

De Minister van Justitie,
B. Ort.