Provinciaal blad van Noord-Holland
Nr. 3348
7 mei
2019


Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent provinciale penningen Regeling provinciale penningen Noord-Holland 2020

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

 

Gelet op artikel 105 van de Provinciewet;

 

Besluiten vast te stellen:

 

Regeling provinciale penningen Noord-Holland 2020

Artikel 1

Gedeputeerde Staten kunnen om hun waardering uit te drukken aan een persoon binnen of buiten de ambtelijke organisatie van de provincie Noord-Holland een onderscheiding uitreiken in de vorm van een bronzen of zilveren provinciale penning.

Artikel 2

  1. Om in aanmerking te komen voor een provinciale penning dient de begunstigde van onbesproken gedrag te zijn.
  2. Een begunstigde als genoemd in de leden 3 tot en met 5 van dit artikel komt in aanmerking voor een provinciale penning.
  3. Een werknemer van de provincie Noord-Holland die een provinciaal ambtsjubileum viert van 25 jaar, komt in aanmerking voor een bronzen provinciale penning.
  4. Een gedeputeerde komt bij zijn vertrek na acht jaar in aanmerking voor een zilveren provinciale penning. Een lid van Provinciale Staten van Noord-Holland komt bij zijn vertrek na acht jaar in aanmerking voor een bronzen provinciale penning. De commissaris van de Koning komt in aanmerking voor een provinciale penning bij vertrek na de uitoefening van ten minste één ambtstermijn.
  5. Een persoon die niet werkzaam is bij de provinciale organisatie, kan in aanmerking komen voor een provinciale penning indien er sprake is van belangrijke persoonlijke verdiensten voor de provincie Noord-Holland.

Artikel 3

  1. Een voordracht voor een medewerker van de provincie Noord-Holland voor een provinciale penning geschiedt door zijn sectormanager.
  2. Een voordracht voor een lid van Gedeputeerde Staten of een lid van Provinciale Staten geschiedt door de provinciesecretaris, respectievelijk de griffier.
  3. Een voordracht voor een persoon buiten de provinciale organisatie geschiedt door een lid van Gedeputeerde Staten, waarbij de desbetreffende sector om advies wordt gevraagd.
  4. Een voordracht wordt doorgeleid naar het Kabinet van de commissaris van de Koning.
  5. Een voordracht wordt ingediend met gebruikmaking van een daarvoor beschikbaar gestelde voordrachtformulier provinciale penningen.
  6. Een voordracht wordt tenminste zes weken voor de beoogde uitreikingsdatum bij het Kabinet ingediend.
  7. Het Kabinet toetst en beoordeelt de voordracht en bereidt de besluitvorming voor.
  8. Gedeputeerde Staten leggen tijdens hun vergadering geheimhouding op omtrent de voordracht en hun beslissing tot aan het moment van het bekendmaken ervan.
  9. Het Kabinet zorgt voor het beschikbaar komen van de penning en de bijbehorende oorkonde.
  10. Het Kabinet houdt een register bij van verleende provinciale penningen.

Artikel 4

  1. De Regeling provinciale penningen 2013 en het besluit regelende de toekenning van de zilveren en van de bronzen penning van de provincie Noord-Holland d.d. 17 maart 1987 worden ingetrokken.
  2. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.
  3. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling provinciale penningen Noord-Holland 2020.

Haarlem, 23 april 2019.

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland,

A.Th.H. van Dijk,

R.M. Bergkamp,

voorzitter.
provinciesecretaris.


Toelichting

In deze regeling wordt bepaald welke criteria gelden voor de uitreiking van een onderscheiding in de vorm van een bronzen of zilveren provinciale penning en welke begunstigden daarvoor in aanmerking komen (artikel 2). Voorts bevat de regeling procedurevoorschriften (artikel 3).

Een begunstigde voor een provinciale penning is van onbesproken gedrag. Daaronder wordt mede verstaan dat een begunstigde integer is. Het is de bedoeling dat een aanvrager als bedoeld in artikel 3, eerste, tweede en derde lid beoordeelt of de begunstigde van onbesproken gedrag is. Indien daarvan geen sprake is, blijft een aanvraag achterwege.

Van belangrijke persoonlijke verdiensten voor de provincie Noord-Holland als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, is sprake indien de begunstigde zich aantoonbaar bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor de provincie. De verdiensten zijn van zeer bijzondere aard en niet kleinschalig en hebben ten minste een bovenregionale uitstraling. Het betreft brede maatschappelijke verdiensten waarbij betrokkenheid bij de provincie is getoond.