De raad van de gemeente Zaanstad,

gelezen de voordracht van Burgemeester en Wethouders van 27 maart 1976 nr. 273,
gelet op artikel 168 van de gemeentewet,

b e s l u i t :

vast te stellen de:
VERORDENING OP DE GEMEENTELIJKE ONDERSCHEIDINGEN

Artikel 1.

De gemeente Zaanstad kent de volgende onderscheidingen:
A. het Ereburgerschap;
B. de Erepenning.

Artikel 2.   Het Ereburgerschap der gemeente Zaanstad.

1. Op voorstel van Burgemeester en Wethouders of ten minste vijf leden van de Gemeenteraad kan door de Gemeenteraad het Ereburgerschap der gemeente Zaanstad worden toegekend aan personen, al dan niet ingezetenen van de gemeente, die zich op enig terrein van het maatschappelijk leven voor de gemeente Zaanstad of haar ingezetenen uitzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt.
2. De beraadslaging en het besluit over de toekenning vinden plaats in een vergadering met gesloten deuren.
3. Aan het Ereburgerschap zijn verbonden:
a. een oorkonde, bevattende de naam, datum en plaats van geboorte, hoedanigheid en woonplaats van betrokkene, zomede de redengeving, welke tot de toekenning heeft geleid, en de dagtekening van het raadsbesluit tot toekenning;
b. een penning.
4. Het model van de oorkonde en het model, de wijze van vervaardiging en het soort metaal van de penning alsmede de omschrijving van de redengeving en het bepalen van en eventuele inscriptie worden door Burgemeester en Wethouders vastgesteld, tenzij - voor wat de redengeving en inscriptie betreft - de Gemeenteraad één en ander zelf vaststelt.
5. De uitreiking van een oorkonde en penning vindt plaats door of namens een lid van het College van Burgemeester en Wethouders.
6. Aan het Ereburgerschap zijn generlei rechten noch verplichtingen verbonden.
7. De Gemeenteraad kan, op voorstel van Burgemeester en Wethouders of tenminste tien leden van de Gemeenteraad, in zeer bijzondere gevallen de begiftigde vervallen verklaren van het Ereburgerschap.
Aan de betrokkene wordt in een dergelijk geval mededeling gedaan bij een met reden omkleed besluit.
De beraadslaging en het besluit over de vervallenverklaring vinden plaats in een vergadering met gesloten deuren.
8. Van elke toekenning houden Burgemeester en Wethouders aantekening in een register, hetwelk de naam draagt van "Ereboek der gemeente Zaanstad".
Dit Ereboek bevat dezelfde gegevens als de oorkonde, zomede de vermelding van een beslissing op een bijzonder geval als in lid 9 bedoeld.
9. In bijzondere gevallen kan de Gemeenteraad op voorstel van de Burgemeester en Wethouders of tenminste vijf leden van de Gemeenteraad besluiten:
a. dat het Ereburgerschap wordt toegekend aan degene, al dan niet Nederlander, die in het algemeen een buitengewoon uitzonderlijke prestatie voor de mensheid of een deel daarvan heeft verricht;
b. dat het Ereburgerschap postuum wordt toegekend;
c. dat de in lid 3 b genoemde penning wordt vervangen door een ander bewijs van eerbetoon.

Artikel 3.   De Erepenning der gemeente Zaanstad

1. Burgemeester en Wethouders kunnen de Erepenning der gemeente Zaanstad toekennen aan:
a. personen, al dan niet ingezetenen van de gemeente, die zich in enig opzicht jegens de gemeente Zaanstad of haar ingezetenen gedurende lange tijd of naar aanleiding van een bijzondere gebeurtenis meer dan gewoon verdienstelijk hebben gedragen.
b. niet-natuurlijke personen, al dan niet gevestigd in de gemeente, die door hun werkzaamheid op enig terrein van het maatschappelijk leven voor de gemeente Zaanstad op bijzondere wijze hebben voorzien in bepaalde maatschappelijke noden of behoeften.
2. Het model, de wijze van vervaardiging en het soort metaal van de Erepenning zijn dezelfde als die van de penning, welke aan het Ereburgerschap is verbonden.
3. Aan de Erepenning is een oorkonde verbonden, waarin dezelfde feitelijke gegevens voorkomen als in de onder artikel 2 lid 3 a bedoelde oorkonde, met dien verstande dat bij niet-natuurlijke personen de datum en de plaats van geboorte alsmede de woonplaats worden vervangen door de datum van oprichting en de plaats van vestiging.
Het model van de oorkonde en de omschrijving van de redengeving worden door Burgemeester en Wethouders vastgesteld.
4. Het bepaalde in artikel 2 lid 5 (uitreiking), lid 6 (geen rechten en plichten) en lid 8 (Ereboek) is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4.

Deze verordening laat onverlet het begiftigen van al dan niet in deze verordening genoemde natuurlijke en niet-natuurlijke personen met andere wijzen van eerbetoon.

Artikel 5.

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar vaststelling.

 

  Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juli 1976.

, voorzitter

 

, secretaris