Nr. 27

De raad van de gemeente Woudrichem;

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 mei 1995, nr.56;

gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet;

besluit:

Artikel 1
Teneinde natuurlijke personen, die zich jegens de gemeente en/of de burgerij in hoge mate verdienstelijk hebben gemaakt of zich of andere wijze in hoge mate hebben onderscheiden, te kunnen doen blijken van de waardering en de erkentelijkheid der gemeente, worden ingesteld:
a. de erepenning van de gemeente Woudrichem;
b. het ereburgerschap van de gemeente Woudrichem.

Artikel 2
De erepenning kan slechts in zeer bijzondere gevallen worden toegekend als blijk van grote waardering en dankbaarheid aan zowel ingezetenen als niet-ingezetenen van de gemeente Woudrichem, die:
a. zich jegens de gehele gemeenschap van Woudrichem of een aanmerkelijk deel daarvan danwel zich jegens een speciale bevolkingsgroep, op uitzonderlijke wijze verdienstelijk hebben gemaakt;
b. alleen of samen met anderen, al dan niet in opdracht, een unieke prestatie verricht hebben of hun maatschappelijke positie ten dienste van de samenleving in de waagschaal hebben gesteld.

Artikel 3
Het ereburgerschap kan slechts in zeer bijzondere gevallen worden toegekend als blijk van grote waardering en dankbaarheid aan zowel ingezetenen als niet-ingezetenen van de gemeente Woudrichem, die zich jegens de gemeente en haar inwoners uitzonderlijk verdienstelijk hebben gemaakt.

Artikel 4
De activiteiten die aanleiding geven tot het toekennen van erepenning danwel ereburgerschap dienen:
a. van persoonlijke aard te zijn en mogen niet voortvloeien vanuit werkzaamheden verricht ten dienste van een zelfstandige onderneming of in opdracht van de werkgever;
b. door de persoon op die wijze verricht dat deze zich daarbij heeft onderscheiden van anderen die soortgelijke activiteiten verrichten.

Artikel 5
1. De toekenning van de erepenning danwel het toekennen van het ereburgerschap geschiedt door het college van burgemeester en wethouders.
2. Alvorens het college van burgemeester en wethouders beslist over toekenning van de erepenning danwel het toekennen van het ereburgerschap, raadplegen burgemeester en wethouders achtereenvolgens de commissie Algemene Zaken uit de gemeenteraad en het fractievoorzittersoverleg (senioren-convent).
3. Indien het fractievoorzittersoverleg terzake niet tot een unaniem advies komt, wijst het college van burgemeester en wethouders de toekenning af.

Artikel 6
1. Het bezit van de erepenning sluit het ontvangen van het ereburgerschap niet uit.
2. Aan de begiftigde met het ereburgerschap wordt tevens uitgereikt de erepenning der gemeente.

Artikel 7
1. Ten bewijze van de verleende onderscheiding wordt aan de begiftigde een oorkonde uitgereikt, vermeldende de aard, de redenen en de datum van onderscheiding.
2. Het model der oorkonde wordt door burgemeester en wethouders vastgesteld.

Artikel 8
1. De erepenning, die in zilver zal worden uitgevoerd, vertoont aan de ene zijde een voorstelling van het wapen van de gemeente met daarom­heen de woorden "Gemeente Woudrichem" en draagt aan de andere zijde een van geval tot geval vast te stellen toepasselijke inscriptie.
2. De vormgeving, de uitvoering en de afmetingen van de erepenning worden voor het overige door burgemeester en wethouders bepaald.

Artikel 9
1. Van elke toekenning van een der bij deze verordening ingestelde onderscheidingen wordt door de burgemeester en wethouders aantekening gehouden in een register, dat de naam draagt "Ereboek van de gemeente Woudrichem", en waarvan vorm en indeling door hen wordt bepaald.
2. De redenen welke tot toekenning van de onderscheiding hebben geleid, worden in de "Ereboek" vermeld.

Artikel 10
Burgemeester en wethouders bepalen de datum, het tijdstip en de wijze waarop de onderscheiding aan de begiftigde wordt uitgereikt.

Artikel 11
Aan het ereburgerschap en de toekenning van de erepenning zijn geen rechten of verplichtingen verbonden, behoudens dat degene die het ereburgerschap toegekend heeft gekregen het predikaat "Ereburger van Woudrichem" mag voeren.

Artikel 12
1. Indien zeer bijzondere redenen daartoe aanleiding geven, kunnen burgemeester en wethouders de aan een begiftigde verleende erepenning c.q. ereburgerschap intrekken.
2. Aan de betrokkene wordt hiervan schriftelijk en onder vermelding van de motivatie mededeling gedaan. Deze is verplicht binnen 2 weken na ontvangst van deze kennisgeving de hem uitgereikte erepenning met bijbehorende oorkonde aan burgemeester en wethouders terug te zenden.
3. Van de intrekking wordt een aantekening gemaakt in het "Ereboek van de gemeente Woudrichem".

Artikel 13
Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening ereburgerschap/ erepenning van de gemeente Woudrichem 1995".

Artikel 14
Deze verordening treedt in werking op 1 juni 1995.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Woudrichem in zijn openbare vergadering van 29 mei 1995.

De raad voornoemd,