Geheime Orde van Sint Joris

Statuten

Instelling

ART. 1. De Orde van Sint Joris werd gesticht in maart 1943 te ‘s Gravenhage.

ART. 2. De orde wordt voorlopig voor onbepaalde tijd opgericht. Nadat het doel dat de Orde nastreeft heeft opgehouden te bestaan, zal door den Grootmeester en de districtsleiders nader beslist worden over het voortbestaan van de Orde.

Doel

ART. 3. Het doel van de Orde is gedurende den tijd van bezetting door onze vijanden en in de daarop volgende periode van bevrijding de bezettende macht en haar handlangers met alle middelen te bestrijden, voor zover de eer van een officier zulks toelaat.

Leden

ART. 4. Als leden van de Orde kunnen worden toegelaten Officieren en Adspirant-Officieren van het Wapen der Cavalerie, op wiens Officiers- (huzaren) eer geen blaam rust en omtrent wier politieke gezindheid geen twijfel bestaat.

ART. 5. Toegelaten als lid van de Orde wordt men na gedaan onderzoek en uitnodiging van den betrokken districtsleider.

ART. 6. Het lidmaatschap eindigt:

  1. Door opzegging van het lid.
  2. Door overlijden van het lid.
  3. Door vervallen verklaring van lidmaatschap door den grootmeester van den Orde na voordracht van den districtsleider.
  4. Door opheffing van de Orde

ART 7. De namen van de leden mogen gedurende de den bezettingstijd niet worden geregistreerd noch op andere wijze worden genoteerd.

ART. 8. De leden noemen zich “Ridders van St. Joris” Uit deze woorden met eventuele toevoeging van roepnaam wordt het herkenningswoord gevormd.

Verplichtingen

ART. 9. De verplichtingen van de leden zijn de volgende:

  1. Zoowel in vereniging als ieder voor zich de bezettende macht en hare handlangers te bestrijden met alle middelen, voor zoover de eer van een officier zulks toelaat.
  2. Den strijd aan te binden tegen de oorlogsmoeheid en waar nodig anderen, die reeds vielen voor Koningin en Vaderland, de plaats in- en de taak over te nemen.
  3. Elk lid van de orde, dat zich in gevaar bevindt zooveel mogelijk hulp te verleenen, zoo nodig met gevaar van eigen leven.
  4. De gezinnen of nagelatenen van de Orde, die door de oorlogsomstandigheden in moeilijkheden zijn geraakt, zoo noodig financieel te steunen en met raad en daad bij te staan.

Wanneer de tijd daartoe aanbreekt zich terstond te vereenigen, ten einde zich onmiddellijk ter beschikking van Hare majesteit de Koningin of haren Militairen Bevelhebber te kunnen stellen dan wel in onderling overleg en naargelang van de omstandigheden te handelen.

Bestuur

ART. 10 het bestuur van de orde bestaat uit:
Grootmeester.
Districtleiders.
In voorkomende gevallen fungeert de Grootmeester als voorzitter van een vergadering en een der districtleiders als secretaris-penningmeester.

Grootmeester

ART. 11. Tot het grootmeesterschap werd uitgenoodigd en zulks werd aanvaard door: Edzard Hendrik Juckema van Burmania baron Rengers, gep Generaal-Majoor tit. der cavalerie.

Districtleiders

ART. 12. De dagelijkse leiding berust bij de districtleiders, die door den Grootmeester als zoodanig zijn aangewezen.
Zij geven de dagelijkse leiding slechts in hun district en slechts door persoonlijk contact.

ART. 13. De Districtleiders zijn wat hun daden en handelingen de orde betreffende verantwoording verschuldigd aan den Grootmeester.

Geldmiddelen

ART. 14. Door de leden wordt geen contributie betaald. Eventueele kosten worden zoonodig over de leden hoofdelijk omgeslagen en door de districtleiders geďnd.

Vergaderingen

ART. 15. Vergaderingen mogen alleen dan gehouden worden als het doel zulks vordert en het dan verantwoord is.

Legitimatiebewijs

ART. 16 Als legitimatiebewijs dragen de leden van de orde bij zich een miniatuurembleem, verband houdende met het wapen der cavalerie. De Grootmeester en de districtleiders dragen bij zich een dito penning.

ART. 17. Bovenbedoelde bewijzen mogen slechts ter persoonlijke legitimatie gebruikt worden indien de omstandigheden zulks vereischen. Vermelden van namen van derden in het bezit van zulk een legitimatiebewijs is verboden.

Aldus vastgesteld te ‘s Gravenhage in de oorlogsjaren 1943-1944.