LEGERORDERS 1948


No. 222 L-LM.

Ministeriële beschikking van 30 Juni 1948, Staf van de Adjudant-generaal, Afd. A 1, nr. 539.

Oorlogs-Herinneringskruis.

   Ter kennis van de Koninklijke landmacht wordt gebracht, dat het Hare Majesteit de Koningin bij Hoogstderzelver Besluit van 6 Januai 1948, (Staatsblad I 6), heeft behaagd het Koninklijk Besluit van 16 Maart 1944, houdende instelling van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis"(Staatsblad E 16), zoals dit sindsdien gewijzigd en aangevuld, te herzien en opnieuw vast te stellen.

   Het Koninklijk Besluit luidt als volgt:

Artikel 1.

   Ingesteld wordt het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", waaraan kunnen worden verbonden ,,Gespen voor Krijgsverrichtingen".

Artikel 2.

   Het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" wordt door of namens Onze betrokken Minister toegekend aan:

   1. militairen in dienst van het Koninkrijk der Nederlanden;

   2. Nederlanders en Nederlandse onderdanen, die in het belang der geallieerde oorlogvoering en onder oorlogsomstandigheden dienden aan boord van een zeeschip, varende onder Nederlandse vlag, hetwelk zich bevond buiten de feitelijke macht van een vijandelijke mogendheid, of van een mogendheid, welker gebied, ingevolge Ons besluit van 27 Maart 1941 (Staatsblad B 30), mer vijandelijk gebied was gelijkgesteld;

   3. Nederlanders en Nederlandse onderdanen, deel uitmakende van de bemanning van vliegtuigen der Nederlandse of Nederlandsch-Indische burgerluchtvaart onder Nederlands, dan wel onder geallieerd beheer;

   voor zover zij in alle opzichten een goede plichtsbetrachting en goed gedrag hebben betoond en na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, of, in het gebied, aangegeven voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", vóór 3 September 1945 tenminste zes maanden in hun functie hebben dienst gedaan buiten het vijandelijke of door de vijand bezette gebied.

Artikel 3.

   ,,Gespen voor Krijgsverrichtingen", als bedoeld in artikel, worden door of namens Onze betrokken Minister toegekend.

   Er worden gespen ingesteld voor ,,algemene krijgsverrichtingen" en gespen voor ,,bijzondere krijgsverrichtingen".
I. Gespen voor algemene krijgsverrichtingen:
a. Krijg ter Zee 1940-1945;
b. Oorlogsvluchten 1940-1945;
c. Oorlogsdienst Koopvaardij 1940-1945;
d. Oorlogsdienst Visserij 1940-1945
e. Krijg te Land 1940-1945;
II. Gespen voor bijzondere krijgsverrichten:
a. Nederland Mei 1940;
b. Nederlandsch-Indië 1941-1942;
c. Javazee 1941-1942;
d. Middellandse Zee 1940-1945;
e. Arnhem-Nijmegen-Walcheren 1944;
f. Normandië 1944;
g. Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945.

Artikel 4.

   1.   Voor de gesp ,,Krijg ter Zee 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, of, in het gebied aangegeven voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", vóór 3 september 1945, ten minste zes maanden dienst hebben verricht aan boord van zeegaande voor direct operatief gebruik beschikbare oorlogsschepen (schepen opererende in kustwateren inbegrepen), deel uitmakende van een operationele strijdmacht.

   2.   Voor de gesp ,,Oorlogsvluchten 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, of, in het gebied aangegeven voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", vóór 3 september 1945, ten minste twee maanden dienst hebben verricht als commandant of als lid van de bemanning van een militair vliegtuig, deel uitmakende van een operationale strijdmacht, dan wel zij, die in hogergenoemd tijdperk ten minste zes maanden dienst hebben verricht als gezagvoerder of lid van de bemanning van een Nederlands of Nederlandsch-Indisch niet-militair vliegtuig, onder beheer der Nederlandse of een der geallieerde regeringen, in het laatste geval, voor zover naar het oordeel van Onze betrokken Minister het toekennen van de gesp gerechtvaardigd is.

   3.   Voor de gesp ,,Oorlogsdienst Koopvaardij 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, of, in het gebied aangegeven voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", vóór 3 september 1945 ten minste zes maanden dienst hebben verricht aan boord van een koopvaardijschip, varende onder Nederlandse vlag, dat zich bevond buiten de feitelijke macht van een vijandelijke mogendheid, of van een mogendheid, welker gebied, ingevolge Ons besluit van 27 Maart 1941 (Staatsblad B 30), met vijandelijk gebied was gelijkgesteld, met dien verstande, dat gedurende het tijdvak van zes maanden ten minste één reis moet zijn gemaakt door een zeegebied, waarin ten tijde van de reis oorlogsoperaties plaats vonden of konden worden verwacht.

   4.   Voor de gesp ,,Oorlogsdienst Visserij 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, ten minste zes maanden dienst hebben verricht aan boord van Nederlandse visserij-schepen onder Nederlandse vlag, dan wel onder geallieerd beheer, in de wateren rond het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

   5.   Voor de gesp ,,Krijg te Land 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 6 Mei 1945, of, in het gebied aangegeven voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", vóór 3 september 1945, ten minste zes maanden dienst hebben verricht in een operationele strijdmacht te land.
   Diensttijd na 1 Juni 1940, aan boord van geallieerde troepentransportschepen bij het vervoer van en naar operatie-terrein door gevaarlijke zeegebieden, zal eveneens in aanmerking worden genomen.

Artikel 5.

   1.   Voor de gesp ,,Nederland Mei 1940" komen in aanmerking:

   a.   zij, die in Mei 1940 in Nederland, hetzij te velde, of aan boord van een oorlogs- of ander zeegaand schip, marine- of legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire, dan wel maritieme gevechtsacties;

   b.   zij, die na 9 Mei 1940 en vóór 22 Juni 1940, als gevolg van de sub a genoemde gevechtsacties, in België en/of Noord-Frankrijk, hetzij te velde of aan boord van een oorlogs- of ander zeegaand schip, marine- of legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire dan wel maritieme gevechtsacties.

   2.   Voor de gesp ,,Nederlandsch-Indië 1941-1942" komen in aanmerking zij, die na 7 December 1941 en vóór 9 Maart 1942 in Nederlandsch-Indië en/of Malakka, hetzij te velde of in een legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire gevechtsacties.

   3.   Voor de gesp ,,Javazee 1941-1942" komen in aanmerking zij, die na 7 December 1941 en vóór 1 April 1942, in, dan wel boven de Javazee en/of aangrenzende zeegebieden, hetzij aan boord van een oorlogsschip of ander zeevaartuig, of in een marinevliegtuig, hebben deelgenomen aan maritieme gevechtsacties.

   4.   Voor de gesp ,,Middellandse Zee 1940-1945" komen in aanmerking zij, die na 9 Juni 1940 en v&oacte;ór 29 April 1945 in of nabij de Middellandse Zee, Oostwaarts van de Straat van Gibraltar, hetzij te velde, of aan boord van een oorlogs- of ander zeegaand schip, marine- of legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire dan wel maritieme gevechtsacties, waaronder mede begrepen de landingsoperaties op de Westkust van Marokko.

   5.   Voor de gesp ,,Arnhem-Nijmegen-Walcheren 1944" komen in aanmerking zij, die in 1944 als deelnemers aan de landingsoperaties geland zijn in de omgeving van Arnhem of Nijmegen en/of op het eiland Walcheren.

   6.   Voor de gesp ,,Normandië 1944" komen in aanmerking zij, die na 5 Juni 1944 en vóór 10 Augustus 1944, hetzij te velde, of aan boord van een oorlogs- of ander zeegaand schip, marine- of legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire, dan wel maritieme gevechtsacties, voor zover deze verband hielden met de landingsoperaties op, of na 6 Juni 1944 in Normandië.

   7.   Voor de gesp ,,Oost-Azië - Zuid-Pacific 1942-1945", komen in aanmerking zij, die na 8 Maart 1942 en vóór 3 September 1945 in het gebied tussen de meridianen van 40o O.L. in het Westen en 160o O.L. in het Oosten, begrensd in het Zuiden door de Parallel van 40o Z.B. en in het Noorden door de parallel van 40o N.B., hetzij te velde of aan boord van een oorlogs- of ander zeegaand schip, marine- of legervliegtuig, hebben deelgenomen aan militaire, dan wel maritieme gevechtsacties.

Artikel 6.

   a.   Aan hen, die, ingevolge artikel 4, sub 2, en artikel 5, in aanmerking komen voor toekenning voor toekenning van de gesp voor algemene krijgsverrichtingen ,,Oorlogsvluchten 1940-1945", of voor een der gespen voor bijzondere krijgsverrichtingen, doch wat hun diensttijd betreft niet voldoen aan de, in artikel 2, laatste zinsnede, ten aanzien van de toekenning van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" gestelde diensttijdeis, kan, voor zover zij overigens voldoen aan de voorwaarde in artikel 2, door of namens Onze betrokken Minister het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" worden toegekend.

   b.   Operationele dienst, gedurende kortere tijdvakken dan die, genoemd in de artikelen 2 en 4, beëindigd door verwonding of andere ongeschiktheid, kan, ter beoordeling van Onze betrokken Minister, eveneens aanspraak geven op het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" en één gesp voor algemene krijgsverrichtingen.

   c.   Het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" en een gesp voor algemene, dan wel bijzondere krijgsverrichtingen kan door Onze betrokken Minister worden toegekend wegens een benoeming of een bevordering in de Militaire Willemsorde, of een toekenning van de Bronzen Leeuw, het bronzen Kruis, het Vliegerkruis of het Kruis van Verdienste.

Artikel 7.

   Toekenning van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gespen, sluit het aanvaarden van een buitenlands herinneringsteken voor overeenkomstige diensten uit.
   In verband hiermede is Onze betrokken Minister in bijzondere gevallen bevoegd, een reeds genomen beslissing tot toekenning van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gespen, wederom in te trekken.

Artikel 8.

   Geallieerde onderdanen, gedetacheerd (niet ingelijfd) in Nederlandse dienst, die voldoen aan de in de artikelen 2, 4 en 5 gestelde voorwaarden, komen in aanmerking voor het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gespen.

Artikel 9.

   Door eenzelfde persoon kunnen één of meer gespen voor bijzondere krijgeverrichtingen worden gedragen, doch slechts één gesp voor algemene krijgsverrichtingen.

Artikel 10.

   In bijzondere gevallen, ter beoordeling van Onze betrokken Minister, kan het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", met een der gespen voor bijzondere krijgsverrichtingen, worden toegekend aan Nederlanders en Nederlandse onderdanen, die niet behoren tot de in artikel 2 genoemde categoriën, doch overigens, met inachtneming van het gestelde onder a in artikel 6, voldoen aan de in artikel 2 gestelde voorwaarden.

Artikel 11.

   Het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gespen, kan posthuum worden verleend.

Artikel 12.

   Door Onze betrokken Minister kan het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" tijdelijk of blijvend worden ontnomen aan hen, die zich dit herinneringskruis niet langer waardig tonen.

Artikel 13.

   Het versiersel van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" bestaat uit een vierarmig kruis van brons, de tegenover elkaar gelegen armen te samen 37 mm. lang; aan de voorzijde Onze Beeltenis, omgeven door een band met gesp, waarop de woorden ,,Voor krijgsverrichtingen", temidden van een krans van eikenloof, dragende elk der vier armen van het kruis een ,,W".
   Het versiersel van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" zal worden bevestigd op een groen-oranje-groen verticaal gestreept zijden lint, ter breedte van 27 mm., waarvan de middelste de helft, en iedere zijstreep een vierde gedeelte bedraagt. In opgemaakte vorm bedraagt de breedte van het lint 48 mm.
   Het is aan hen, die gerechtigd zijn tot het dragen van het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gespen, vergund een kruis van verkleind model onder aan het lint te dragen, dan wel het lint alleen te dragen.
   Indien alleen het lint wordt gedragen, zal iedere gesp worden aangegeven door een gebombeerde bronzen ster op het lint, met dien verstande, dat niet meer dan vier sterren op het lint gedragen zullen worden.

Artikel 14.

   Onze Ministers voornoemd zullen ieder voor zover hun Ministerie betreft, aanwijzingen geven omtrent de wijze, waarop het ,,Oorlogs-Herinneringskruis" en de gespen zullen worden toegekend en omtrent de daarvan te houden aantekening.

Artikel 15.

   In bijzondere gevallen kan door Ons, aan andere dan de in dit besluit bedoelde personen, het ,,Oorlogs-Herinneringskruis", eventueel met gesp(en), worden toegekend.

Artikel 16.

   De krachtens Ons besluit van 16 Maart 1944 verleende gespen:
a. Krijg ter Zee 1940-1944;
b. Oorlogsvluchten 1940-1944;
c. Oorlogsdienst Koopvaardij 1940-1944;
d. Oorlogsdienst Visserij 1940-1944;
e. Krijg te Land 1940-1944;
f. Noord-Afrika - Italië 1942-1944,

   worden respectievelijk gelijkgesteld met de nu te noemen, bij dit besluit ingestelde, overeenkomstige gespen:
a. Krijg ter Zee 1940-1945;
b. Oorlogsvluchten 1940-1945;
c. Oorlogsdienst Koopvaardij 1940-1945;
d. Oorlogsdienst Visserij 1940-1945;
e. Krijg te Land 1940-1945;
f. Middellandse Zee 1940-1945.

Artikel 17.

   1.   Dit besluit treedt in werking op de dag, volgende op die zijner afkondiging in het Staatsblad.

   2.   Met ingang van die datum vervalt Ons besluit van 16 Maart 1944 (Staatsblad E 16), zoals dit sindsdien is aangevuld en gewijzigd.