LEGERORDERS 1923


No. 212

Ministeriële Kennisgeving
van 9 Mei 1923, IIIde Afd., Nr. 44

Toekenning van medailles en onderscheidingsteekenen aan en bevordering van voorwaardelijk veroordeelde militairen

   De proeftijd, welke aan eene voorwaardelijke veroordeeling wordt verbonden, dient slechts om te kunnen nagaan of de tenuitvoerlegging van het vonnis achterwege kan worden gelaten. Het vonnis zelf stelt onomstootelijk vast, dat het misdrijf of de overtreding heeft plaats gehad.
   Houdt het vonnis verband met handelingen, welke in strijd zijn met de begrippen "eerlijkheid" en "trouw", dan kan van toekenning der onderscheidingsteekenen en medailles geen sprake zijn en moet van den datum af, waarop het vonnis is geveld, opnieuw gedurende zes jaren van voldoende eerlijkheid en trouw zijn gebleken.
   Vermits het uit den aard der zaak niet mogelijk is om vooraf met juistheid aan te geven in welke gevallen de toekenning al of niet kan plaats hebben, behoort in deze gevallen de beslissing aan het Departement van Oorlog te worden gevraagd.
   Komt een voorwaardelijk veroordeelde gedurende zijn proeftijd voor bevordering in aanmerking, dan zal steeds ter zake de beslissing van den Minister van Oorlog moeten worden gevraagd.