LEGERORDERS 1913


Onderscheidingsteeken voor langdurigen dienst als verlofsofficier.

IIIde Afdeeling.
     No. 28.
         -

's-Gravenhage, 12 December 1913.

De Minister van Oorlog,

   Gezien het Koninklijk Besluit van 2 December 1913, no. 50, aldus luidende:

   WIJ WILHELMINA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, PRINSES VAN ORANJE-NASSAU, ENZ., ENZ., ENZ.

   Op de voordracht van Onzen Minister van Oorlog van 28 November 1913, Kabinet, Litt. L105;

   Gezien de Koninklijke Besluiten van 19 November 1844, no. 46, van 30 December 1866 (Staatsblad no. 244) en van 30 Mei 1913 (Staatsblad no. 196);

   Hebben goedgevonden en verstaan, te bepalen:

   Art. 1.   Het eereteeken, als bedoeld in het Koninklijk Besluit van 30 December 1866 (Staatsblad no. 244), hetwelk o.a. is bestemd voor de officieren van de Landmacht, zal ook worden uitgereikt aan de verlofsofficieren van de Landmacht, die 15 en meer jaren Nederlandschen dienst als officier tellen.
   De verlofsofficieren in dit artikel bedoeld, zijn de officieren, wier verplichtingen ten aanzien van den militairen dienst gegrond zijn op de Militiewet, de Landweerwet, de Landstormwet en de Wet voor het reserve-personeel der landmacht 1905.

   Art. 2.   Alle bepalingen, welke vastgesteld zijn omtrent de toekenning en de draagwijze van vorenbedoeld eereteeken voor de officieren van de landmacht, gelden ook ten aanzien van de verlofsofficieren in het voorgaand artikel, met dien verstande, dat, waar in Art. 4 van eerstaangehaald Koninklijk Besluit wordt gesproken van "de uitgifte in dit jaar" daarvoor ten aanzien van de hier bedoelde verlofsofficieren zal behooren te worden gelezen: "de eerste uitgifte".

   Art. 3.   Bij de bepaling van het aantal dienstjaren in Art. 1 vermeld, komt behalve den tijd, als verlofsofficier doorgebracht, ook in aanmerking de tijd, eventueel doorgebracht als officier der Schutterijen en der Zee- en Landmacht, zoo hier te lande als in de overzeesche bezittingen.

   Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit Besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken, van Marine en van Koloniën, aan de Kanselier der Nederlandsche Orden en aan de Algemeene Rekenkamer.

Het Loo, den 2den December 1913.

WILHELMINA.

De Minister van Oorlog,
   BOSBOOM.

   Brengt voorschreven Koninklijk Besluit, door deze, ter kennis van de Landmacht.