RECUEIL MILITAIR 1867


Eeresabel voor officieren van het leger en van de schutterijen hier te lande.

7 Maart 1867, No. 51.


 

  WIJ WILLEM III, BIJ DE GRATIE GODS, KONING DER NEDERLANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU, GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG, ENZ., ENZ., ENZ.

  Overwegende, dat aan officieren van het Indisch Leger, reeds gedecoreerd zijnde, en die zich door daden van dapperheid op nieuw bijzonder onderscheiden, als blijk van Onze goedkeuring eene eeresabel kan worden geschonken;

  En willende, dat ook het leger en de schutterijen hier te lande, in dit voorregt kunnen deelen;

  Op de voordragt van Onzen Minister van Oorlog van den 5den dezer, kabinet litt. U6;
  Hebben goedgevonden en verstaan het navolgende te bepalen:

  Art. 1.   Aan reeds gedecoreerde officieren van het leger en de schutterijen hier te lande, die zich door daden van dapperheid op nieuw bijzonder onderscheiden, kan door Ons eene eeresabel worden uitgereikt.

  Art. 2.   Telkens wanneer er sprake kan zijn van de toekenning van dusdanig eereblijk, zal daaromtrent aan Ons eene afzonderlijke voordragt worden gedaan.

  Art. 3.   De eersabel is zooveel mogelijk van het model infanterie- of kavellerie-sabel, zoodat zij in dienst kan worden gedragen.

  Art. 4.   De kling zal zijn Turksch gedamasceerd, waarop als opschrift en relief aan de eene zijde: Koning Willem III, voor betoonde dapperheid, en aan de andere zijde, de naam en rang van de belanghebbende en de plaats waar en het jaar waarin het feit werd verrigt.

  Art. 5.   Het gevest zal zijn te samen gesteld uit een hoornen greep, omkleed met zilverdraad, zwaar vergulden sierlijken beugel met leeuwenkop en stootplaat, welke laatste aan de buitenzijde zal zijn voorzien van een door lauwertakken omgeven kroon, terwijl aan de buitenzijde der greep een verguld beslag van af den leeuwenkop tot op de stootplaat zal worden aangebragt, het een en ander naar het gewijzigd model voor het Indisch leger.

  Art. 6.   De scheede zal voor de infanterie-sabel van nieuw- of berlijnsch zilver van eerste kwaliteit, en voor de kavallerie-sabel van gepolijst staal met vergulde banden en ringen, vervaardigd zijn.

  Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken en aan de Algemeen Rekenkamer tot informatie.

  's-Gravenhage, den 7den Maart 1867.

WILLEM.

De Minister van Oorlog,
J.A. VAN DEN BOSCH.