AANWIJZING WAARDERINGEN KONINKLIJKE LANDMACHT

van 22 november 2001, nummer PZC/2001/31061

DE BEVELHEBBER DER LANDSTRIJDKRACHTEN
Overwegende:
dat met het vervallen van de Regeling beloningen 1986 de in deze regeling geregelde niet arbeidsvoorwaardelijke beloningen zoals de mogelijkheid van een schriftelijke blijk van waardering, een erekoord, een bronzen soldaat enzovoort, zijn komen te vervallen;

dat de mogelijkheid bij de Koninklijke Landmacht tot dergelijke waarderingen door mij echter nog steeds noodzakelijk wordt geacht;

Besluit:

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1
1. De aanwijzing is van toepassing op de militair als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub c. van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR), in werkelijke dienst aangesteld bij de Koninklijke Landmacht dan wel de burgerambtenaar als bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie (BARD) en werkzaam bij de Koninklijke Landmacht.
2. In deze aanwijzing wordt verstaan onder:
  gedraging of verrichting: een gedraging of een verrichting, dan wel een reeks van gedragingen of verrichtingen, liggende op het terrein van de Koninklijke Landmacht, dan wl in enigerlei opzicht verband houdend met de Koninklijke Landmacht, of bevorderlijk zijnde voor het aanzien van de krijgsmacht;
  waardering: een in artikel 9 genoemde blijk van waardering voor een bepaalde gedraging of verrichting;
  ressortcommandant: bij militairen de in bij bijlage 2, behorende bij artikel 2 van de Regeling aanwijzingen commandanten AMAR genoemde niveau 1 commandanten en bij burgerambtenaren de in bijlage 3, behorende bij artikel 1, onderdeel f, en artikel 5 van de Regeling bevoegdheden burgerlijke ambtenaren defensie genoemde niveau 1 hoofden van dienst;
  RVE-commandanten; bij militairen de in bij bijlage 2, behorende bij artikel 2 van de Regeling aanwijzingen commandanten AMAR genoemde niveau 2 commandanten en bij burgerambtenaren de in bijlage 3, behorende bij artikel 1, onderdeel f, en artikel 5 van de Regeling bevoegdheden burgerlijke ambtenaren defensie genoemde niveau 2 hoofden van dienst, met uitzondering van de commandanten bij 1 GNC en de hoofden van dienst bij 1 GNC;
  bataljonscommandanten dan wel commandanten van overeenkomstige eenheden: bij militairen de in bij bijlage 2, behorende bij artikel 2 van de Regeling aanwijzingen commandanten AMAR genoemde niveau 2 commandanten bij 1 GNC en bij burgerambtenaren de in bijlage 3, behorende bij artikel 1, onderdeel f, en artikel 5 van de Regeling bevoegdheden burgerlijke ambtenaren defensie genoemde niveau 2 hoofden van dienst bij 1 GNC;
  compagniescommandanten dan wel commandanten van overeenkomstige eenheden: bij militairen de in bij bijlage 2, behorende bij artikel 2 van de Regeling aanwijzingen commandanten AMAR genoemde niveau 3 commandanten en bij burgerambtenaren de in bijlage 3, behorende bij artikel 1, onderdeel f, en artikel 5 van de Regeling bevoegdheden burgerlijke ambtenaren defensie genoemde niveau 3 hoofden van dienst;
  militair: de in het eerste lid bedoelde militair;
  personeelslid: de in het eerste lid bedoelde militair en burgerambtenaar;
  groep: de door de commandant op de appellijst opgenomen c.q. vermelde personeelsleden.

Artikel 2
1. De BLS is bevoegd tot het toekennen van alle waarderingen, welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend. Het betreft:
- de bronzen soldaat;
- het schild, met de bij het schild behorende draagspeld;
- de draagspeld;
- het erekoord;
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde, individueel en groepsgewijs.
2. De ressortcommandanten alsmede de commandant 1 Divisie «7 December‚» zijn bevoegd tot de volgende waarderingen welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend. Het betreft:
- de draagspeld;
- het erekoord;
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde, individueel en groepsgewijs.
3. De RVE-commandanten zijn bevoegd tot de volgende waarderingen welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend. Het betreft:
- het erekoord;
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde, individueel en groepsgewijs.
4. De bataljonscommandanten dan wel de commandanten van overeenkomstige eenheden zijn bevoegd tot de volgende waarderingen welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend. Het betreft:
- het erekoord;
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde, individueel en groepsgewijs.
5. De compagniescommandanten dan wel de commandanten van overeenkomstige eenheden zijn bevoegd tot de volgende waarderingen welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend. Het betreft:
- het erekoord;
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde, individueel en groepsgewijs.

Artikel 3
De waarderingen worden onderscheiden in individuele waarderingen en groepswaarderingen.

Artikel 4
1. Een individuele waardering kan worden toegekend aan een personeelslid, die zich als zodanig bij een bepaalde gedraging of verrichting naar het oordeel van de bevoegde commandant heeft onderscheiden door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk optreden.
2. Een groepswaardering kan worden toegekend als waardering aan een groep, die zich als zodanig bij een bepaalde gedraging of verrichting naar het oordeel van de bevoegde commandant heeft onderscheiden door buitengewone toewijding of bijzonder loffelijk optreden.

Artikel 5
1. De commandant, die een individuele waardering toekent, doet dit persoonlijk door middel van een mondelinge mededeling aan de betrokken personeelslid onder vermelding van de reden van de toekenning. De mondelinge mededeling wordt nadien schriftelijk bevestigd.
2. De commandant, die een groepswaardering toekent doet dit, indien het de BLS betreft, door middel van een dagorder, en indien het de overige commandanten betreft, door middel van een order, welke ter kennis wordt gebracht van de onder hem ressorterende commandanten en waarin de reden van de toekenning is vermeld. De in de eerste volzin bedoelde commandant draagt er vervolgens zorg voor, dat eenieder van de groep een afschrift van de bedoelde (dag)order ontvangt.

Artikel 6
1. Een waardering kan niet worden toegekend ter zake van een gedraging of verrichting ten aanzien waarvan bij voorschrift minimum eisen zijn gesteld, indien niet ten volle aan deze eisen is voldaan.
2. Het toekennen van een waardering voor een bepaalde gedraging of verrichting sluit niet uit, dat het betrokken personeelslid of de betrokken groep ter zake van dezelfde gedraging of verrichting, of mede ter zake daarvan, tevens kan worden voorgedragen of op andere wijze in aanmerking kan worden gebracht voor de toekenning van:
a. een Koninklijke onderscheiding of enig andere Koninklijke blijk van tevredenheid;
b. een door de Minister van Defensie of van andere niet-militaire zijde te verlenen onderscheiding, gratificatie of andere blijk van tevredenheid.
3. Een waardering voor een bepaalde gedraging of verrichting kan door één en dezelfde commandant voor één en dezelfde gedraging of verrichting slechts eenmaal worden toegekend.

Artikel 7
1. Het erekoord, daaronder begrepen het erekoord in goud, en de draagspeld zijn omschreven in het Voorschrift Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht (VS2-1593).
2. Ten aanzien van de wijze waarop het erekoord, daaronder begrepen het erekoord in goud, en de draagspeld worden gedragen geldt hetgeen daaromtrent is bepaald in het Voorschrift Tenuen voor militairen van de Koninklijke Landmacht.
3. Het mogen dragen door de militair van het erekoord is niet aan een termijn gebonden, blijft toegestaan na overplaatsing alsmede na bevordering, tenzij het bepaalde in de artikelen 15 en 16 op de militair van toepassing is.

Artikel 8
Aanvragen m.b.t. de bronzen soldaat, het schild, de draagspeld en het waarderingsregister dienen gericht te worden aan het Kabinet BLS, Prinses Juliana Kazerne, Thèrèse Schwartzestraat 15 te 's-Gravenhage.

Hoofdstuk II De waarderingen

Artikel 9
1. De individuele waarderingen zijn, in opklimmende rangorde van waarde:
a. een tevredenheidsbetuiging met oorkonde (naar het model van lf 15130);
b. het erekoord;
c. de bronzen soldaat.
2. De waarderingen die aan een groep kunnen worden toegekend zijn, in opklimmende rangorde van waarde:
- een tevredenheidsbetuiging met oorkonde (naar model van lf 15139);
- de draagspeld;
- het schild.

Artikel 10
Het erekoord kan uitsluitend worden toegekend aan een militair als bedoeld in artikel 1, die zich, naar het oordeel van de bevoegde commandant, bij het onderdeel waarover deze het bevel voert bij voortduring in gedrag en plichtsbetrachting heeft onderscheiden.

Artikel 11
1. De bronzen soldaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c. is een bronzen beeldje, waarvan de toekenning gepaard gaat met de uitreiking van een erekoord in goud en een oorkonde, waarin de reden van de toekenning is vermeld. Een beschrijving van het bedoelde beeldje alsmede van de bedoelde oorkonde zijn opgenomen in bijlage 1.
2. De bronzen soldaat kan uitsluitend worden toegekend aan een personeelslid als bedoeld in artikel 4, eerste lid, indien zijn in de genoemde bepaling bedoelde verrichting naar het oordeel van de BLS uitzonderlijk prijzenswaardig is geweest en het personeelslid zich bovendien, eveneens naar het oordeel van de BLS, gedurende geruime tijd in gedrag en plichtsbetrachting in bijzondere mate heeft onderscheiden.
3. De BLS kent de bronzen soldaat aan het personeelslid toe door middel van een mondelinge mededeling aan de betrokken personeelslid, onder vermelding van de reden van de toekenning, en overhandigt hem vervolgens het in het eerste lid bedoelde beeldje, het erekoord in goud, met dien verstande dat, indien het desbetreffende personeelslid een militair is, dit erekoord in goud zo mogelijk door de BLS persoonlijk op het tenue van de militair wordt aangebracht , en de oorkonde.

Artikel 12
1. Het schild, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c., is beschreven in bijlage 2. Het schild wordt duidelijk zichtbaar bevestigd op een daarvoor gepaste plaats, die voor eenieder van de tot de groep behorende personeelsleden toegankelijk is.
2. Aan een ieder van de tot de groep behorende personeelsleden wordt daarnaast een draagspeld uitgereikt, tegelijkertijd met het afschrift, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
3. Het dragen van de draagspeld blijft toegestaan na overplaatsing alsmede na bevordering.

Artikel 13
Indien als groepswaardering een tevredenheidsbetuiging met oorkonde is toegekend, draagt de commandant, die de groepswaardering toekent, er zorg voor dat eenieder van de groep de hem toekomende tevredenheidsbetuiging met oorkonde ontvangt, tegelijkertijd met het afschrift bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 14
1. Indien als groepswaardering een draagspeld is toegekend, wordt deze aan eenieder van de betrokken groep personeelsleden uitgereikt, tegelijkertijd met het afschrift, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
2. Het dragen van de draagspeld blijft toegestaan na overplaatsing alsmede na bevordering.

Hoofdstuk III Bepalingen voor bijzondere gevallen

Artikel 15
1. Een toegekende waardering wordt ingetrokken indien blijkt, dat de toekenning heeft plaats gehad op grond van een onjuiste voorstelling van zaken of een op onjuiste motieven berustende voordracht, terwijl dit aan het gewaardeerde personeelslid of bij (delen van) de gewaardeerde groep bekend kon zijn.
2. De bevoegdheid tot toepassing van het eerste lid berust uitsluitend bij de commandant, die de in te trekken waardering heeft toegekend, alsmede bij hi√ęrarchisch boven hem gestelde commandanten.
3. De commandant, die een waardering intrekt, doet dit door middel van een schriftelijke mededeling aan degenen die daarvan naar zijn mening in kennis dienen te worden gesteld, onder vermelding van de reden van de intrekking.
4. De commandant, die een waardering heeft ingetrokken, draagt er zorg voor, dat de in het volgend lid genoemde maatregelen, voor zover deze ten aanzien van de bedoelde waardering van toepassing zijn, worden getroffen.
5. Indien de ingetrokken waardering bestond uit:
a. een individuele tevredenheidsbetuiging met oorkonde, wordt de oorkonde door de betrokken personeelslid ingeleverd (en vervolgens vernietigd);
b. het erekoord, wordt het erekoord door het betrokken personeelslid ingeleverd;
c. de bronzen soldaat, worden het bedoelde beeldje, het erekoord in goud en de desbetreffende oorkonde door het betrokken personeelslid ingeleverd (en wordt de oorkonde vervolgens vernietigd);
d. een tevredenheidsbetuiging met oorkonde aan een groep, wordt de desbetreffende (dag)order ingetrokken en worden de uitgereikte afschriften van deze (dag)order door de betrokken personeelsleden ingeleverd (en vervolgens vernietigd);
e. de draagspeld, wordt de desbetreffende (dag)order ingetrokken en worden de uitgereikte draagspelden alsmede de uitgereikte afschriften van deze (dag)order door de betrokken personeelsleden ingeleverd (en worden de afschriften vervolgens vernietigd);
f. het schild, wordt het schild verwijderd, wordt de desbetreffende dagorder ingetrokken en worden de uitgereikte draagspelden alsmede de uitgereikte afschriften van deze dagorder door de betrokken personeelsleden ingeleverd (en worden de afschriften vervolgens vernietigd).
6. Het in de voorgaande leden bepaalde sluit niet uit, dat terzake van de onjuistheid, op grond waarvan een toegekende waardering wordt ingetrokken, een krijgstuchtelijke onderzoek of een strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld.

Artikel 16
Het erekoord, daaronder begrepen het erekoord in goud en de draagspeld mogen niet worden gedragen door een militair:
aan wie, bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak een vrijheidsstraf is opgelegd, indien het feit, ter zake waarvan hij tot deze straf is veroordeeld, naar het oordeel van de commandant van zodanige aard is, dat de militair met het oog daarop niet langer waardig is deze versierselen op het tenue te dragen;
gedurende de tijd dat hij, ingevolge een rechterlijke uitspraak, een vrijheidsstraf ondergaat.

Hoofdstuk IV Administratieve bepalingen

Artikel 17
1. Zodra aan een personeelslid voor de eerste maal een individuele waardering is toegekend, wordt voor hem een waarderingslijst (lf 15131) aangelegd. Deze lijst wordt ingevuld overeenkomstig hetgeen in artikel 18 is bepaald.
2. De aanwezigheid van de waarderingslijst wordt aangetekend in het persoonsdossier.
3. Een waarderingslijst welke, wat het uiterlijk aanzien betreft, voor vernieuwing in aanmerking komt, wordt door een nieuwe vervangen. Op het nieuwe exemplaar worden de gegevens van het oude overgenomen.. Het nieuwe exemplaar wordt, door middel van het stellen van een paraaf, gewaarmerkt door de naasthogere commandant van de laagste, tot waarderen bevoegde meerdere van het betrokken personeelslid. Het oude exemplaar wordt vervolgens vernietigd.
4. Indien een waarderingslijst is volgeschreven, worden daaraan, zo nodig, één of meer vervolgvellen toegevoegd.
5. De waarderingslijsten worden bewaard en opgelegd overeenkomstig hetgeen daaromtrent is bepaald in de Dossierrichtlijn Persoonsdossier.
6. Waarderingslijsten worden geclassificeerd als "Stg.".

Artikel 18
1. In de waarderingslijst worden vermeld:

a. in de kop van het formulier:
 (1) de naam van het betrokken personeelslid;
 (2) zijn voornaam, dan wel, indien hij meer dan een voornaam heeft, zijn eerste en zijn tweede voornaam, alsmede de beginletters van zijn eventuele volgende voornamen;
 (3) zijn registratie- of personeelsnummer;

b. aangaande elke aan het personeelslid toegekende waardering:
 (1) de datum waarop de waardering is toegekend;
 (2) de categorie waartoe het personeelslid behoort, zijn rang of schaal en de eenheid waarbij hij is ingedeeld, een en ander naar de toestand op de onder (1) bedoelde datum;
 (3) de naam, de voorletter(s), de rang of schaal en de functie van degene die de waardering heeft toegekend;
 (4) de toegekende waardering (met inachtneming van hetgeen hierna in het tweede en het derde lid is bepaald);
 (5) de reden waarom de waardering is toegekend.

2. De individuele waarderingen, genoemd in artikel 9, eerste lid, worden onderscheidenlijk in de waarderingslijst vermeld als:
a. tevredenheidsbetuiging met oorkonde;
b. het erekoord;
c. de bronzen soldaat.
3. Degene die de waardering heeft toegekend, bevestigt de juistheid van de inschrijving, bedoeld in het eerste lid onder b., door het stellen van zijn handtekening in de laatste kolom van de waarderingslijst.
4. De groepswaarderingen, genoemd in artikel 9, tweede lid worden in de waarderingslijst niet vermeld.
5. Indien een toegekende individuele waardering is ingetrokken, wordt de desbetreffende inschrijving in de waarderingslijst onleesbaar gemaakt. De commandant, die tot intrekking is overgegaan, overtuigt zich van de doorhaling en stelt hierbij zijn paraaf.

Artikel 19
1. Indien aan een compagnie of een deel van een compagnie voor de eerste maal een groepswaardering is toegekend, wordt voor deze compagnie een waarderingsregister aangelegd.
2. In bijzondere gevallen kan de BLS bepalen dat, wat de toepassing van het eerste lid betreft, een groep van kleinere sterkte dan een compagnie wordt gelijkgesteld met een compagnie.
3. Het waarderingsregister wordt ingevuld overeenkomstig hetgeen in artikel 20 is bepaald.
4. Het waarderingsregister wordt bewaard bij de eenheid waarvoor het is aangelegd.
5. Indien de in het vierde lid bedoelde eenheid als zodanig ophoudt te bestaan, bepaalt de BLS hoe met het waarderingsregister zal worden gehandeld.

Artikel 20
1. In het waarderingsregister worden vermeld:
a. op het titelblad: de gegevens welke volgens het verstrekt model aldaar dienen te worden ingevuld;
b. aangaande elke toegekende groepswaardering:
 (1) uitsluitend in een geval als bedoeld in artikel 19, eerste lid, de groep waaraan de waardering is toegekend;
 (2) de datum waarop de waardering is toegekend;
 (3) de naam, de voorletter(s), de rang en de functie van degene die de waardering heeft toegekend;
 (4) de toegekende waardering (met inachtneming van hetgeen hierna in het tweede en het derde lid is bepaald):
 (5) de rangen, namen, voorletters en registratienummers van de tot de groep behorende personeelsleden die op enigerlei wijze betrokken zijn geweest bij de gedraging of verrichting, ter zake waarvan de waardering is toegekend; deze vermelding vindt plaats in volgorde van rang of schaal en voorts, per rang of schaal, in alfabetische volgorde;
 (6) de reden waarom de waardering is toegekend, zoals deze is omschreven in de (dag)order, bedoeld in artikel 5, tweede lid.
2. De groepswaarderingen, genoemd in artikel 9,tweede lid, worden onderscheidenlijk in het waarderingsregister vermeld als:
a. tevredenheidsbetuiging met oorkonde;
b. de draagspeld;
c. het schild.
3. Degene, die de waardering heeft toegekend, bevestigt de juistheid van de inschrijving, bedoeld in het eerste lid onder b., door het stellen van zijn handtekening onder de inschrijving.
4. Degene die de waardering heeft toegekend kan in het waarderingsregister een bijzonder verzorgd en door hem ondertekend afschrift van de (dag)order, bedoeld in artikel 5, tweede lid, doen aanbrengen. In dit geval kan de inschrijving, bedoeld in het eerste lid onder b., worden vervangen door een verwijzing naar dat afschrift.
5. Individuele waarderingen worden in het waarderingsregister niet vermeld.
6. Indien een toegekende groepswaardering is ingetrokken, wordt de desbetreffende inschrijving in het waarderingsregister onleesbaar gemaakt, dan wel deze inschrijving of het in het vierde lid bedoelde afschrift daaruit verwijderd. De commandant, die tot intrekking is overgegaan stelt zijn paraaf.
7. In het geval van een ingetrokken waardering als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt in het waarderingsregister de in het eerste lid onder b., sub (5), bedoelde inschrijving betreffende het betrokken personeelslid of de betrokken personeelsleden onleesbaar gemaakt, dan wel het in het vierde lid bedoelde afschrift door een verbeterd afschrift vervangen.

Artikel 21
1. Indien inzage van een waarderingslijst moet worden gegeven aan een ander dan de rechtstreekse commandant van de commandant die deze lijst onder zijn berusting heeft, mag hiervoor niet de originele waarderingslijst worden gebruikt, doch dient te worden volstaan met een gewaarmerkt afschrift daarvan.
2. Gewaarmerkte afschriften van waarderingslijsten worden slechts op aanvraag verstrekt aan:
a. de Minister van Defensie;
b. militaire en justitiële autoriteiten;
c. het betrokken personeelslid, uitsluitend op zijn verzoek.

Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel 22
Alle waarderingen welke op grond van deze aanwijzing kunnen worden toegekend worden aan de in artikel 1, eerste lid van deze aanwijzing bedoelde militairen, voor zover deze militairen zijn geplaatst bij één van de andere krijgsmachtdelen, dan wel zijn geplaatst bij de Centrale organisatie of het Defensie Interservice Commando, uitsluitend door de BLS toegekend. Voordrachten daartoe dienen te worden gericht aan:
  Directie Personeel en Organisatie
  Afdeling Individueel Personeelsbeheer
  Sectie Bijzondere Personeelszaken
  Frederikkazerne
  Van der Burchlaan 31
  's-Gravenhage.

Artikel 23
Deze aanwijzing treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening.

Artikel 24
Deze aanwijzing wordt aangehaald als de Aanwijzing Waarderingen Koninklijke Landmacht.

De Bevelhebber der Landstrijdkrachten,

    A.P.P.M.van Baal
    Luitenant-generaal


TOELICHTING

In punt 5 van mijn brief van 6 maart 1998, nummer POO/98/6640, heb ik aangegeven dat de bepalingen van de vervallen Regeling beloning 1986, voor zover die bepalingen betrekking hebben op de in de vervallen regeling geregelde niet arbeidsvoorwaardelijke beloningen, materieel blijven gelden in afwachting van nieuwe aanwijzingen mijnerzijds op dit terrein. Deze aanwijzing bevat de in genoemd punt 5 bedoelde nieuwe aanwijzingen.

De toekenning van een waardering op grond van deze aanwijzing kan in combinatie geschieden met een van de arbeidsvoorwaardelijke beloningen geregeld in respectievelijk artikel 13 van het Inkomstenbesluit militairen (IBM) dan wel artikel 11 van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie (BBAD). Zo kan voor een en dezelfde gedraging zowel een waardering op grond van deze aanwijzing worden toegekend als een beloning op grond van een van de genoemde artikelen in het IBM en BBAD. Wel dient voor elk, dit wil zeggen voor hetzij een waardering op grond van deze aanwijzing hetzij een beloning op grond van een van de genoemde artikelen in het IBM en het BBAD, het daarvoor geldende separate administratieve proces te worden gevolgd. Uiteraard is het mogelijk dat een beloning o.g.v. een van de genoemde artikelen in het IBM en BBAD wordt toegekend maar niet een waardering o.g.v. deze aanwijzing.


BIJLAGE 1 bij de Aanwijzing Waarderingen Koninklijke Landmacht

De bronzen soldaat

  1. De bronzen soldaat is een bronzen beeldje, dat een militair uitbeeldt, die te velde de wacht heeft betrokken en die, gealarmeerd door een gerucht of waargenomen beweging, uiterst waakzaam is en op elke gebeurtenis voorbereid, wetende dat van zijn waakzaamheid en optreden de veiligheid van velen afhankelijk is.
  2. In dit beeldje is niet alleen de taak tot uitdrukking gebracht, welk ieder personeelslid van de Koninklijke Landmacht kan worden opgedragen; het beeldje dient bovenal te worden gezien als een symbool van de taak van de gehele Koninklijke Landmacht.
  3. 3. Een afbeelding van de bronzen soldaat is in schaduwbeeld afgedrukt, als achtergrond voor de tekst op de bij deze waardering behoren­de oorkonde. De voorbewerkte tekst van deze oorkonde luidt:

    OORKONDE
    De Bevelhebber der Landstrijdkrachten kent de BRONZEN SOLDAAT toe aan
    " (naam van het te waarderen personeelslid)"
    wegens"(omschrijving van de waarderingsreden)"



    te........., de.................20..

    De Luitenant-generaal

    "(handtekening)","(naam)"


BIJLAGE 2 bij de Aanwijzing Waarderingen Koninklijke Landmacht

Het schild

  1. Het schild is een in weerbestendig brons uitgevoerde plaquette. Deze plaquette bestaat uit een rechthoekige plaat, gevat in een eenvoudige, strakke lijst. Op de bovenzijde van deze plaat is een ornament aangebracht, waarvan het hoofdmotief is: de liggende leeuw op voetstuk en daaronder een lauwerkrans, de top van de vaandelstok. Het schild is ongeveer 45 cm breed en ongeveer 60 cm hoog.
  2. Op het schild, dus op de rechthoekige plaat, wordt de tekst aangebracht.
    Deze tekst omvat:
    a. de naam of aanduiding van de gewaardeerde groep;
    b. de omschrijving van de waarderingsreden;
    c. de handtekening van de Bevelhebber der Landstrijdkrachten.
  3. De op het schild aan te brengen omschrijving van de waarderingsreden, dient in principe gelijkluidend te zijn aan de omschrijving, opgenomen in de dagorder, waarin de Bevelhebber der Landstrijdkrachten de toekenning van deze waardering bekend maakt. Indien zulks echter om technische redenen noodzakelijk is, kan de omschrijving van de waarderingsreden in verkorte vorm op het schild worden aangebracht.