Home -> Medailles -> Tweede Wereldoorlog / Draaginsignes -> Herinneringsinsigne Binnenlandse Strijdkrachten 1944-1945

Herinneringsinsigne Binnenlandse Strijdkrachten 1944-1945

Op 3 september 1944 werd Prins Bernhard benoemd tot Bevelhebber der Nederlandse Strijdkrachten. Bij Koninklijk besluit no. E62 van 5 september 1944 werden vervolgens de Binnenlandse Strijdkrachten opgericht. Deze zouden onder bevel komen te staan van de tijdelijk reserve-generaal-majoor van de Generale Staf Henri Koot. Zijn ondercommandanten werden de reserve-kolonel der Cavalerie Jhr. P.J. Six (voorheen van de OD, nu commandant van de Bewakingstroepen), de tijdelijk reserve-luitenant-kolonel der Infanterie J.J.F. Borghouts (voorheen LKP, nu commandant Strijdend Gedeelte en plv. commandant BS), J. Thijssen (voorheen Raad van Verzet) en de reserve-luitenant-kolonel der Infanterie B.J.C. van Kooten (voorheen provinciaal verzet Limburg, nu commandant van het Regiment Stoottroepen).

Herinneringsinsigne Binnenlandse Strijdkrachten / 1944-1945Na de oorlog is op persoonlijk initiatief van Prins Bernhard een herinneringsinsigne ingesteld welke aan alle leden van de Binnenlandse Strijdkrachten is verstrekt.

Het is een ovaal bronzen plaatje met een afmeting van 25 bij 20 millimeter. Op de voorzijde is een gekroonde "B" afgebeeld met het omschrift "BINNENLANDSCHE STRIJDKRACHTEN 1944-1945". In de rand, onder de '4' van "1944" beginnend en eindigend onder de '1' van "1945" staat de afkorting "VE MI". Vermoedelijk zijn dit de initialen van de ontwerper.
Op de keerzijde is en reliëf de handtekening van Prins Bernhard geplaatst. Daarnaast bevindt zich aan de achterzijde de knevel om het insigne op de revers te kunnen dragen.

Bij ministeriŽle beschikking van 6 juni 1946 werd toestemming gegeven om het insigne op de militaire uniform te dragen.


Bronnen

L.O. 1946 No. 183

Bax, dr. W.F. (1951). De Nederlandse ridderorden en onderscheidingen. Rotterdam/ís-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar N.V., p. 30.
Ojen, G.J. van jr. (1972). De Binnenlandse Strijdkrachten. 's-Gravenhage: Staatsuitgeverij.