Home -> Medailles -> Onderscheidingen voor verdienste -> Vaccinatie-medaille

Vaccinatie-medaille

Uit de jaarlijkse verslagen van de provinciale geneeskundige commissies en de statistische tabellen van verrichte koepokinentingen over 1860 blijkt dat deze inentingen steeds vaker achterwege blijven. Als een van de oorzaken wordt hiervan vermeld dat er geen beloning tegenover staat voor de geneeskundigen die de minvermogenden gratis vaccineren. Hierop wordt door de geneeskundige commissies voorgesteld om over te gaan tot het jaarlijks uitreiken van 75 premies van f 20,- 'voor de genees- of heelkundigen die zich het meest verdienstelijk hebben gemaakt ten aanzien van de gratis-vaccinatie der minvermogenden', verdeeld over de provincies.

Aanvullend wordt hierop bij Koninklijk besluit van 10 januari 1861 (Staatsblad no. 1) bepaald dat alle genees- en heelkundigen jaarlijks voor 15 januari een opgave aan het gemeentebestuur dienden te geven van personen, welke in het voorgaande jaar, door hem waren ingeŽnt, en wie daarvan gratis; alsmede het aantal personen, welke in het voorgaande jaar voor kinderziekten waren behandeld, het aantal daaraan overledenen en het aantal dat gebreken hieraan had overgehouden. De gemeentebesturen dienden deze, na voor gezien getekend te hebben, door te zenden naar de provinciale commissie voor geneeskundig onderzoek en toezicht, welke zorg droegen voor verklaringen en bewijzen van koepok-vaccinatie of doorgestane kinderziekte.

Daarnaast wordt bij Koninklijk besluit no. 80 van 19 januari 1861 bepaald dat 'Jaarlijks wordt door Ons, op voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, aan een door dezen voor elke provincie voor te dragen getal genees- en heelkundigen of bureaux van vaccinatie, die zich betrekkelijk het meest verdienstelijk hebben gemaakt omtrent de gratis vaccinatie der minvermogenden, geschonken eene zilveren medaille of, ter keuze van de belanghebbenden, eene premie van twintig gulden (f 20).'

Het model van deze medaille zou pas bij Koninklijk besluit no. 67 van 7 april 1861 worden vastgesteld. Het is een ronde medaille met een middellijk van 50 millimeter. Op de voorzijde het portret van Koning Willem III met het randschrift: " GVILIELMVS III. REX. NEERL. M.D.L.".
Op de keerzijde is een krans van laurier- en eikenbladeren, waarbinnen in zes regels het opschrift: "BENE. / MERET. DE. / RE. PVBLICA. / QVI. CIVIVM. / VALETVDINEM. / TVETVR."

Artikel 2 van het K.B. voegt toe: 'Wij behouden Ons voor deze medaille in brons of in zilver, op voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken ook te verleenen aan personen of vereenigingen, die zich verdienstelijk hebben gemaakt door buitengewone zorg voor zieken en gebrek lijdenden of door de bevordering met daden of door geschriften van den algemeenen gezondheidstoestand.' Daarmee is de toekenningsgrond dus breder dan alleen vaccinaties. Om die redenen wordt de penning ook wel aangeduid als de 'Belooningspenning voor gezondheidsbevordering'.
Daarnaast wordt bij artikel 3 van het K.B. ook een zilveren draagmedaille ingesteld, welke in bijzondere gevallen kon worden toegekend.

Dit is een ronde zilveren medaille, met een middellijn van 15 millimeter. Aan de bovenzijde is een ornamentele versiering bestaande uit eiken- en laurierloof, waar boven in een gat voor een kleine ring is gemaakt. De medaille is qua voor- en achterzijde gelijk aan de grote medaille.
De medaille wordt gedragen aan een 20 millimeter breed blauw lint, met aan weerszijden 2 millimeter brede geel-oranje banen.

Voor zover bekend zijn zowel de bronzen medaille, als de kleine zilveren draagmedaille, nooit uitgereikt. Ze zijn wel geproduceerd en in omloop gekomen.

Al vrij snel na het verkondigen van het K.B. kwam er vanuit verschillende hoeken bezwaar tegen de medaille. Niet in de eerste plaats op de teksten in Latijn, waarop door de puriteinen de vergelijking werd gemaakt met het niet stroken van het borstbeeld van de Koning met iets klassieks. Ook is er bezwaar tegen de uitruilmogelijkheid met de 20 gulden: het deed de meeste geneesheren als 'goedkoop' aan.

Als de protesten aanhouden, wordt door de Minister van Binnenlandse Zaken advies gevraagd van de zeven geneeskundige raden in het land. Vijf van de zeven geven het advies de instelling van de medaille in te trekken, met als belangrijkste redenen:
'1o. De vaccinatie is eene zeer eenvoudige operatie, waaraan, ook al wordt zij in grooten getale verrigt, geene bijzondere verdienste gehecht kan worden.
2o. De uitgeloofde belooning geeft aanleiding tot misbruiken, welke den stand der geneeskundigen tot oneer strekken.
'
Een advies, dat de Koning overneemt: bij Koninklijk besluit no. 8 van 28 april 1967 wordt de instelling van de medaille ongedaan gemaakt.

Het laatste toekenningsbesluit is dan van december 1866. In totaal zijn er 313 zilveren medailles toegekend, waarvan elf aan instellingen.


Literatuur

Biemans, R.W.H. & Boutier, H.M. (2019). Koninklijk bewijs van erkentelijkheid. De beloningsmedaille ingesteld in 1817 en de daaruit voortgekomen medailles. Wageningen: Asini.
Weyde, A.J. van der (1929, 2 november). Nederlandsche penningen, uitgereikt in verband met het inenten tegen pokken. In: Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde, 73 . II. 44, p. 5149-5155.