Erepenning voor Verdienste jegens Openbare Verzamelingen
Home -> Medailles -> Onderscheidingen voor verdienste -> Erepenning voor Verdienste jegens Openbare Verzamelingen

Erepenning voor Verdienste jegens Openbare Verzamelingen

Deze medaille heeft een vrij lange geschiedenis waarin de toekenningscriteria en vormgeving diverse malen zijn veranderd. We onderscheiden heden vijf verschillende types:

Type 1 werd ingesteld bij Koninklijk besluit no. La.I. van 26 juni 1817 als zijnde de Erepenning voor blijken van belangstelling in 's Rijksverzamelingen door schenking betoond. De medaille zou worden uitgereikt in goud, zilver of brons, als blijk van erkentelijkheid "aan hen, die enig boek- of kunstwerk, dat de vrucht van hun arbeid was, de Koning deden toekomen." Bij Koninklijk besluit no. 32 van 5 mei 1877 werden de toekenningscriteria uitgebreid met: "aan hen, die door het aanbieden van belangrijke geschenken of op andere wijze zich verdienstelijk hebben gemaakt ten opzichte van de verschillende wetenschappelijke en kunstverzamelingen des Rijks." Hierdoor kwam de medaille al snel bekend te staan als de Museummedaille.

Het was een ronde legpenning met aan de voorzijde het naar portret van de regerend monarch en bijpassend randschrift. De achterzijde vertoonde een krans van eiken- en laurierbladeren en het opschrift "VOOR BLIJKEN VAN BELANGSTELLING IN 'S RIJKSVERZAMELINGEN DOOR SCHENKING BETOOND". De medaille was, behalve in opschrift aan de keerzijde, gelijk aan de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon.

Type 2 is een penning met een middellijn van 50 millimeter. De voorzijde vertoont het naar links gewende portret van Koning Willem III met het rondschrift "WILLEM III KONING DER NEDERL. G.H.V. LUXEMB.". De keerzijde vertoont binnen een kran van eikenloof en laurierbladeren de inscriptie "VOOR VERDIENSTEN TEN OPZIGTE VAN 'S RIJKSVERZAMELINGEN VAN WETENSCHAP EN KUNST".

Type 3 werd ingesteld bij Koninklijk besluit van 24 mei 1897 en was, in tegenstelling van zijn voorganger, draagbaar. Het was een ronde medaille, gedekt door een Koninklijke kroon, met aan de voorzijde de beeltenis van Koningin Wilhelmina (met knot op het achterhoofd) binnen het randschrift "WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN" en een krans van eikenloof. De achterzijde had het opschrift "VOOR VERDIENSTE JEGENS 'S RIJKS MUSEA AAN" waaronder ruimte was voor het graveren van de naam van de gedecoreerde. Ook deze keer was de medaille gelijk in uitvoering aan de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon.

naar het batonoverzicht

Ook het 30 millimeter brede lint was gelijk: oranje met een brede rode middenbaan.

Net als bij de Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon werd aan de dragers van de Museummedaille die reeds voor 1897 met de legpenning waren onderscheiden toestemming verleend op eigen kosten een draagbare medaille naar het nieuwe model aan te schaffen. Dit kon onder andere bij de Duitse firma G. Loos. De Loos-versie van de type 2 Museummedaille heeft echter een groot verschil met de officiële versie: het knotje van Koningin Wilhelmina zit niet op het achterhoofd, maar in de nek.

Type 4 werd ingesteld bij Koninklijk besluit no. 39 van 4 december 1918. Het is een ronde medaille, 36 millimeter in middellijn, met aan de voorzijde het naar links gewende portret van Koningin Wilhelmina met diadeem. Daar omheen het randschrift "WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN". De keerzijde vertoont het randschrift "VOOR VERDIENSTEN JEGENS OPENBARE VERZAMELINGEN", waarbinnen ruimte voor het graveren van de naam van de gedecoreerde en eventueel zijn of haar functie.

Bij Koninklijk besluit no. 31 van 28 oktober 1919 werden de toekenningscriteria uitgebreid met verdiensten jegens gemeentelijke (openbare) verzamelingen.

Naar het batonoverzichtNaar het batonoverzichtNaar het batonoverzichtnaar het batonoverzicht

Het lint bleef hetzelfde als van te voren: oranje met een brede rode middenbaan.

Uit Legerorder 1952 nr 112 L-LM leren we dat voor de batons werd vastgesteld dat in geval van de zilveren en gouden erepenning op de baton een zilveren, respectievelijk gouden achtpuntige ster gedragen zou worden. In het geval van de grote (?) gouden erepenning wordt onder de ster, strekkende tot weerszijden van de baton, een 3 millimeter hoge gouden balk gedragen.

Type 5 werd ingesteld bij Koninklijk besluit van 26 juli 1952 en droeg aan de voorzijde de beeltenis van Koningin Juliana met het randschrift "JULIANA KONINGIN DER NEDERLANDEN". De keerzijde vertoont het randschrift "VOOR VERDIENSTEN JEGENS OPENBARE VERZAMELINGEN". In het midden in een uitgediepte cirkel is het Rijkswapen geplaatst. Hierboven "AAN" en de naam van de gedecoreerde. Onder het Rijkswapen de woonplaats van de gedecoreerde en het jaartal van uitreiking. Voor elke gedecoreerde werd een nieuwe achterzijde geslagen, wat een zeer persoonlijke tint aan deze decoratie geeft.

Naar het batonoverzichtNaar het batonoverzichtNaar het batonoverzicht

Het lint werd bij dit Koninklijke besluit ook gewijzigd: voortaan zou het oranje zijn, met in het midden twee smalle rode banen. Als alleen de baton gedragen wordt, dan wordt bij de gouden of zilveren erepenning een palmtak in de betreffende metaalsoort op de baton gedragen.

Type 6 is nooit formeel vastgesteld. De voorzijde vertoont een zwaar gestyleerd portret van Koningin Beatrix met het randschrift "BEATRIX KONINGIN DER NEDERLANDEN". De keerzijde is gelijk aan type 4. Ook hier wordt telkens weer een nieuwe keerzijde geslagen.

Naar het batonoverzichtNaar het batonoverzichtNaar het batonoverzicht

Het lint bleef hetzelfde als van te voren: oranje met in het midden twee smalle rode banen. Als alleen de baton gedragen wordt, dan wordt bij de gouden of zilveren erepenning een palmtak in de betreffende metaalsoort op de baton gedragen.

Het huidige type (Type 7) werd ingesteld bij Koninklijk besluit van 23 augustus 2016. De medaille is 36 millimeter in diameter en vertoond aan de voorzijde het naar links gewende portret van koning Willem-Alexander met het omschrift "WILLEM-ALEXANDER KONING DER NEDERLANDEN". De keerzijde bevat in het midden het Rijkswapen en langs de rand het omschrift: "VOOR VERDIENSTEN JEGENS OPENBARE VERZAMELINGEN". Onder het Rijkswapen is ruimte voor inscriptie.

Naar het batonoverzicht

Het lint bleef hetzelfde als van te voren: oranje met in het midden twee smalle rode banen. De bepaling over het dragen van de palmtak op de baton is niet meer opgenomen in het besluit.

Opvallend genoeg wordt de aanduiding van de Museummedaille in het hernieuwde Koninklijk besluit van 2016 gewijzigd in Museumpenning, wat naar mijn mening verwarrend werkt ten opzichte van de verschillende gemeentelijke Museumpenningen die in den lande bestaan.


Literatuur

"Besluit van 23 augustus 2016, houdende de instelling van de Erepenning voor Verdiensten jegens Openbare Verzamelingen (Besluit Erepenning voor Verdiensten jegens Openbare Verzamelingen (Museumpenning))", Staatsblad 2016, nummer 306
Leger Orders 1952 nr 302 L-LM
"Besluit tot wijziging van de bepaling betreffende het dragen van ridderorden en eereteekenen", Leger Orders 1913, afd. VI, nr. 38
Leger Orders 1898 No. 17
Leger Orders 1897 No. 68

Bax, dr. W.F. (1951). De Nederlandse ridderorden en onderscheidingen. Rotterdam/ís-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar N.V., p. 42-43.
Evers, mr. C.H. (2001). Onderscheidingen. Leidraad voor de decoraties van het Koninkrijk der Nederlanden. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw.
Meijer, H.G., C.P. Mulder & B.W. Wagenaar (1984). Orders and Decorations of the Netherlands. Venray: eigen uitgave, p. 146-147.