Home -> Medailles -> Ridderorden -> Orde van de Gouden Leeuw van Nassau

Orde van de Gouden Leeuw van Nassau

Ingesteld op 29 januari en 16 maart 1858 door beide takken van het Huis Nassau en bij besluit van de Koning-Groothertog van 31 maart 1858 opgenomen onder de ridderorden van Luxemburg.

Aanvankelijk kende de orde slechts één klasse, maar als het Huis Nassau in 1866 door inlijving van Nassau bij Pruisen het recht verliest om orden te verlenen en Willem III het alleenrecht over de orde krijgt, breid hij bij besluit van 13 maart 1873 de orde uit naar vier klassen. Later, bij besluit van 22 maart 1882 breid hij de orde uit met een nieuwe 3e klasse, waarbij de oude 3e en 4e klasse werden omgedoopt in 4e en 5e klasse.

De orde is voor het Huis Oranje-Nassau komen te vervallen na het overlijden van Koning Willem III. Alle door de Koning-Groothertogen aangebrachte wijzigingen in de statuten zijn toen door de Groothertog van Luxemburg vervallen verklaard en de Orde is sinds die tijd weer een éénklassige Orde.
Bij besluiten van 20 juli en 27 augustus 1905 is de Orde weer beschikbaar gesteld voor het Huis Oranje-Nassau toen de Groothertog aan Koningin Wilhelmina wederom het recht gaf de Orde te mogen verlenen.

Het versiersel

Het basisversiersel van de Orde bestaat uit een zogenaamd Malteser Kruis in wit emaille, met tussen de armen een gestileerde "N" (van Nassau). Aan voor- en keerzijde bevindt zich in het midden van het kruis een blauw geëmailleerd medaillon. Aan de voorzijde bevat dit een gouden leeuw en aan de keerzijde het devies "JE MAINTIENDRAI" (ik zal handhaven).

Ridders 1e klasse
Dragen het basisversiersel met een formaat van 72 millimeter breed aan een sjerp van 103 millimeter breed.
Daarnaast dragen zij een borstster van 77 millimeter breed. Deze borstster heeft acht punten. In het midden van deze ster bevindt zich een blauw geëmailleerd medaillon, waarop in goud een naar links gaande leeuw. Om het blauwe medaillon bevindt zich een wit geëmailleerde band, waarop in gouden letters "JE MAINTIENDRAI".

Naar het batonoverzicht

Ridders 2e klasse
Deze dragen het basisversiersel met een formaat van 53 millimeter breed aan een halslint.
Daarnaast dragen zij een borstster bestaand uit een zilveren Malteser Kruis van 63 millimeter breed. In het midden van dit kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd medaillon, waarop in goud een naar links gaande leeuw. Om het blauwe medaillon bevindt zich een wit geëmailleerde band, waarop in gouden letters "JE MAINTIENDRAI".

Naar het batonoverzicht

Ridders 3e klasse
Ingesteld in 1882. Van 1873 tot 1882 werd de latere 4e klasse aangeduidt als 3e klasse.
Vanaf 1882 dragen Ridders van de 3e klasse het basisversiersel met een formaat van 53 millimeter aan een halslint.

Naar het batonoverzicht

Ridders 4e klasse
Van 1873 tot 1882 was dit de 3e klasse. De Ridders 3e klasse (1873-1882) en Ridders 4e klasse (1882-1890) dragen het basisversiersel met een breedte van 53 millimeter aan aan lint, voorzien van een rozette, op de linker borst.

Naar het batonoverzicht

Ridders 5e klasse
Van 1873 tot 1882 was dit de 4e klasse. De Ridders 4e klaase (1873-1882) en Ridders 5e klasse (1882-1890) dragen het modelversiersel met een breedte van 39 millimeter aan een lint op de linker borst.

Naar het batonoverzicht


Literatuur

Bax, dr. W.F. (1951). De Nederlandse ridderorden en onderscheidingen. Rotterdam/’s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar N.V., p. 21-22.
Evers, mr. C.H. (2001). Onderscheidingen. Leidraad voor de decoraties van het Koninkrijk der Nederlanden. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw.
Meijer, H.G., C.P. Mulder & B.W. Wagenaar (1984). Orders and Decorations of the Netherlands. Venray: eigen uitgave, p. 32-33.
Meijer, R. (2000). Aan het Hof. De monarchie onder koningin Beatrix. Amsterdam: Ooievaar, p. 139-143.
Mulder, C.P. & P.A. Christiaans (1990). Een select gezelschap en een vergeten onderscheiding. Ridders in de Orde van de Gouden Leeuw van Nassau. In: Jaarboek van het Centraal Bureau voor Genealogie en het Iconographisch Bureau. Deel 44. 1990. ’s-Gravenhage: Centraal Bureau voor Genealogie.