Home -> Medailles -> Luchtvaartonderscheidingen / Onderscheidingen voor verdienste -> Medaille van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereniging voor Luchtvaart

De Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart

Als in 1908 Wilbur en Orville Wright hun eerste demonstraties van de vliegkunst voor een grote menigte toeschouwers geven, neemt de interesse in de luchtvaart een vogelvlucht. Het duurt dan ook niet lang voordat in diverse landen luchtvaartverenigingen opgericht worden. Op 27 juli 1909 wordt de Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart te Batavia opgericht. Al na vier dagen richtte men tevens een afdeling Soerabaja op en andere afdelingen volgden al begin 1910: Midden-Java en Deli.

Aanvankelijk hield de vereniging zich alleen bezig met de promotie van ballonvluchten, maar vanaf 1911 kon men niet meer onder vliegtuigen uit. Het vochtige klimaat in Indië leverde echter veel problemen op met de motoren van de toen nog voornamelijk voor Europa en Amerika gebouwde vliegtuigen. Het ene ongeluk na het andere leverde een hoop slechte publiciteit op en men constateerde dat “Indië niet geschikt is voor vliegtuigen”. Op 20 maart 1915 werd de vereniging dan ook wegens gebrek aan belangstelling opgeheven.

De tijd staat echter niet stil. Plannen ontstaan voor een postvlucht van Nederland naar Batavia. Deze plannen hebben echter steun en fondsen nodig op beide werelddelen. Met dit doel wordt op 25 maart 1924 de Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart opnieuw opgericht. Als doel van de vereniging wordt in de statuten opgenomen: de bevordering van de luchtvaart in de meest uitgebreide zin. De statuten worden bij gouvernementsbesluit no. 26 van 22 juni 1924 goedgekeurd, waarmee de vereniging tevens als rechtspersoon is erkend.

In 1929 verleende H.M. de Koningin het Predicaat “Koninklijk” aan de te Batavia gevestigde vereniging. Volgens opgave heeft de vereniging dan ongeveer 800 leden en is nog steeds groeiende. De statuten werden in 1936 gewijzigd (en bij gouvernementsbesluit no. 23 van 7 juli 1936 goedgekeurd) waarbij ook de naam officieel werd aangepast in “Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart”. Niet onbelangrijk om te vermelden: de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië was beschermheer van de vereniging, terwijl vice-admiraal H. Ferwerda in 1936 het ambt van erevoorzitter aanvaardde.

Ik heb helaas geen bronnen meer kunnen vinden van na 1939. Wel vond ik in de kranten bewijs dat de vereniging in ieder geval in 1942 nog vertegenwoordigd was bij de begrafenis van vice-admiraal Ferwerda.

De Medaille van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart

Wanneer er voor het eerst over een medaille voor de K.N.I.V.v.L. is nagedacht, valt niet te achterhalen. In 1927 wordt aan de heer H. van Laer Black als eerste passagier tussen Amsterdam en Batavia bij zijn aankomst als aandenken een plaquette namens de vereniging aangeboden. Dit is de eerste keer dat de vereniging iemand beloont met een vorm van een tastbaar aandenken.

De eerste melding van een medaille is uit 1931: “De onder auspiciën dezer vereeniging gehouden vliegtocht naar Australië heeft, dank zij het ruime vervoer aan post ad. f. 17.000.-, nog een batig saldo afgeworpen. Voor deze vlucht zal een medaille worden geslagen”.

Hierna blijft het een tijdje stil, totdat in mei 1932 de door de firma Beheer van Kempen en Vos geslagen medaille wordt gepresenteerd in het blad “Luchtvaart”. De medaille wordt uitgereikt aan hen, die zich voor de Indische luchtvaart bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt. De medaille wordt in de publicaties van de K.N.I.V.v.L. steevast aangeduid als de “Luchtvaart-medaille”.

Het is een ronde medaille met een middellijn van 30 millimeter. De medaille werd gemodelleerd door M.P.J. Fleur naar een ontwerp van A. Zimmerman. De medaille vertoont aan de voorzijde een naar links vliegende arend binnen een cirkel van vijf concentrische ringen. Langs de rand, en boven de vleugels van de adelaar, is de tekst “K.N.I.V.v.L” te lezen. De keerzijde vertoont bovenin een Koningskroon binnen het omschrift “VOOR BIJZONDERE VERRICHTINGEN”. In het gladde veld in het midden werd een toepasselijke inscriptie geplaatst.

Naar het batonsoverzicht

De medaille is door middel van een bol-oog en ring aan een lint gehangen. Dit 27-30 millimeter brede lint is groen met in het midden een smalle lichtblauwe baan. Zowel langs de lichtblauwe middenbaan als aan de boorden bevinden zich smalle rode banen.

Hoewel diverse bronnen spreken van exemplaren in goud, zilver of brons zijn er alleen toekenningen teruggevonden van de medaille in goud.

Meteen na instelling is door de K.N.I.V.v.L. een verzoek ingediend bij de legercommandant en de vlootvoogd om toestemming te verlenen, aan die officieren, die met de medaille worden begiftigd, deze, zowel in als buiten dienst op de uniform te mogen dragen. Deze heren zonden het verzoek door aan de minister van Defensie. Dit resulteerde er in dat bij Algemene Legerorder werd aangekondigd dat het dragen van de medaille bij Koninklijk besluit no. 22 van 21 september 1933 werd toegestaan.

Toekenningen

[1] 27-06-1932 Maurits Pieter Pattist (1894-1937), 1e vlieger van de "Abel Tasman"
[2] 27-06-1932 Jan Johannes Moll (1900-1988), 2e vlieger van de "Abel Tasman"
[3] 27-06-1932 Simon Elleman (1891-1969), boordelectriciën van de "Abel Tasman"
[4] 03-05-1934 Nicolaas van Zalinge (1878-?), oud-president-directeur van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij
[5] 03-05-1934 Cornelis Jacobus Snijders (1852-1939), generaal b.d.
[6] 07-06-1938 Ir. Mattheus Henricus Cornelis Vreede (1883-?), algemeen vertegenwoordiger van de Nederlandsche Petroleum Maatschappij, oud-voorzitter van de K.N.I.V.v.L.


Bronnen

Aardweg, H.P. van & Hüllstrung, J.P.J.C. (1938). Persoonlijkheden in het Koninkrijk der Nederlanden in woord en beeld. Nederlanders en hun werk. Amsterdam: Van Holkema & Warendorf N.V.
Boer, ir. drs. F.P. de (2007). Honderd jaar De Ruytermedaille. 1907 tot 2007. Zaltbommel: Uitgeverij Aprilis.
Brinkgreve, dr. M.R.J. (1932, juli). Nederlandsche luchtvaart-penningen. Luchtvaart, V (7), pp. 275-278.
Hajenius, W. (1936, september). Statutenwijziging. Luchtvaart, IX (9), p. 274.
Kilian, mr.drs. H. (1938, juli). Officiëele Mededeelingen van het Secretariaat. Bestuursmutaties. Luchtvaart, XI (7), p. 230.
Meijer, H.G., C.P. Mulder & B.W. Wagenaar (1984). Orders and Decorations of the Netherlands. Venray: eigen uitgave, p. 149.
Meijer, H.G. & R. Vis (1997), Het Vliegerkruis - voor initiatief, moed en volharding. Amsterdam: De Bataafsche Leeuw.
Müller, E.H. (2013, juni). De Medaille van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart. Decorare, 29, p. 32-36.
Onbekend (1927, 25 juni). De eerste passagiersvlucht naar Indië. Tilburgsche Courant, LXIII (10287), p. 6 Onbekend (1931, 9 november). Kon. Ned. Indische Vereening voor Luchtvaart. De Sumatra Post. XXXIII (260), p. 14.
Onbekend. (1932, mei). De Luchtvaart-medaille. Luchtvaart, V (5), p. 192.
Onbekend (1932, juli). Officieele Mededeelingen van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Vereeniging voor Luchtvaart. Luchtvaart, V (7), p. 272.
Onbekend (1932, november). De gouden medaille voor Luchtvaart. Luchtvaart, V (11), p. 432.
Onbekend (1933, 4 februari). Onderscheidings-teekenen. Bataviaasch Nieuwsblad, XLVIII (54), p. 2.
Postma, T. & Schoenmaker, W. (1984). Aviateurs van het eerste uur. De Nederlandse luchtvaart tot de Eerste Wereldoorlog. Weesp: Romen Luchtvaart.
Zwierzina, W.K.F. (1935). Naamloze Vennootschap Koninklijke Nederlandsche Edelmetaal Bedrijven Ateliers voor Edelsmeed- en Penningkunst v/h Koninklijke Utrechtsche Fabriek van Juweelen, Zilverwerken en Penningen van C.J. Begeer. Koninklijke-Begeer. Penningen geslagen of gegoten in de jaren 1880-1935. ’s-Gravenhage: N.V. Drukkerij Trio, p. 229.

kranten.kb.nl

Met dank aan Willem de Boer, Teus Mejan, Rogier Rijpkema en Ernst Wilschut