Home -> Medailles -> Gemeente -> Erepenning van de Gemeente Zierikzee

Gemeente Ooltgensplaat

Ooltgensplaat is een vissersdorp in Zuid-Holland. Door de ligging van het dorp en de plaatsing van o.a. het Fort Prins Frederik (voorheen Fort Duquesne) en de vesting Willemstad, maakte het dorp van strategisch belang voor de handel via en de bewaking van het Volkerak en het Hellegat.

Het wapen van de gemeente is vastgesteld bij besluit van de Hoge Raad van Adel van 24 juli 1816 en wordt als volgt omschreven: "Van lazuur, beladen met een schip van goud, zeilende tegen een plaat of zandbank op een zee van sijnople en zilver, en chef van goud, beladen met drie banden van keel."

In 1966 fuseerde de gemeente Ooltgensplaat met de gemeentes Den Bommel en Oude Tonge. De naam van de nieuwe gemeente wordt vanaf dan Oostflakkee. De huidige benaming van de gemeente is (sinds 2013) Goeree-Overflakkee.

Erepenning

Gemeentelijke erepenning van Ooltgensplaat

Een ronde penning met een middellijn van 50 millimeter. De voorzijde vertoont het gemeentewapen van Ooltgensplaat met op een verhoogde rand het opschrift "GEMEENTE OOLTGENSPLAAT".
De keerzijde is glad met bovenin het randschrift "EREPENNING".

Gemeentelijke erepenning van OoltgensplaatDaarnaast was er een draagpenning met oog en ring. Deze draagpenning had een middellijn van 16 millimeter. De voorzijde was gelijk aan de legpenning. De keerzijde van de draagpenning is geheel vlak.

Naar het batonsoverzicht

Het lint waaraan de draagpenning werd gedragen is 14 millimeter breed, met aan beide randen een 1 millimeter brede rode bies.

Beide penningen zijn in 1957 bij Koninklijke Begeer geslagen. Medailleur was J.Ph. van Zegveld.


Bronnen

Sierksma, K. (1959). De gemeentewapens van Nederland. Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij Het Spectrum N.V., p. 105, 218.
Weiler, Jhr. ir. A.C. von (1960). Naamloze Venootschap Koninklijke Begeer Ateliers voor Edelsmeed- en Penningkunst Voorschoten. Penningen geslagen of gegoten in de jaren 1935-1960. Deel V. Leiden: A.W. Sijthoff's Uitgeversmaatschappij N.V., p. 136 [2319/20].

Wikipedia