Home -> Medailles -> Reddingmedailles -> Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

Erepenning voor Menslievend Hulpbetoon

Ingesteld bij Koninklijk besluit no. 92 van 19 juni 1822 als beloning voor edele en menslievende daden.

Type 1
De medaille was rond. Toonde aan de voorzijde het naar links gewende portret van de koning en het omschrift "WILLEM KONING DER NEDERL. G.H.V. LUXEMB.". De keerzijde vertoonde een lauwerkrans, waarbinnen ruimte was voor een inscriptie. De medaille werd toegekend in zilver en in goud en in diverse afmetingen, afhangend van de graad van menslievendheid: 50, 41 of 35 millimeter.

Bij Koninklijk besluit no. 72 van 18 januari 1825 het belonen van edelmoedige en menslievende daden overgelaten aan de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. De Koning zou vanaf dat moment alleen nog maar onderscheidingen voor edele en menslievende daden uitreiken aan militairen en aan buitenlanders.

Bij Koninklijk besluit van 7 mei 1837 werd nog een vierde grootte gouden medaille ingesteld, welke kleiner was dan 35 millimeter, echter meer in waarde dan de zilveren van 50 millimeter.

Type 2
Toen op 8 oktober 1840 Willem II koning werd, kwam er al snel een verandering in het verlenen van de medailles. Bij Koninklijk besluit no. 22 van 24 januari 1841 werd bepaald dat de medailles voortaan allemaal in n grootte zouden zijn. Daarnaast werd bij Koninklijk besluit no. 73 van 1 december 1841 ook een bronzen versie van de penning ingesteld.

De medailles van het tweede type zijn rond, hebben - voor zover de zilveren en bronzen - een diameter van 50 millimeter en tonen het naar links gewende portret van koning Willem II. Daaromheen is de tekst "WILH: II NASS: BELG: REX. LUXEMB: M: DUX." te lezen. De keerzijde vertoont een lauwerkrans, waarbinnen een tekst. Deze achterkant werd per medaille geslagen en de tekst was dan ook in hoogreliëf.

Type 3
Nadat Willem II in april 1849 was overleden moesten er nieuwe medailles geslagen worden met de beeltenis van koning Willem III. Deze medaille wordt vastgesteld bij Koninklijk besluit van 21 juli 1849 en toonde aan de voorzijde het naar rechts gewende portret van een jonge Willem III met het randschrift "WILLEM III KONING DER NEDERL. G.H.V. LUXEMB.". De keerzijde vertoont een lauwerkrans, waarbinnen een tekst. Deze achterkant werd per medaille geslagen en de tekst was dan ook in hoogreliëf.

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 3

Type 4
Doordat de medailles per achterzijde een nieuwe stempel benodigde was het een doorn in het oog van de koning dat de daadwerkelijke uitreiking vaak zo lang moest wachten. Daarom werd er bij Koninklijk besluit no. 64 van 22 september 1855 besloten dat de medailles voortaan allemaal hetzelfde zouden zijn. Dit zogenaamde 'eenheidsmodel' zou naar rechts gerichte portret van de jonge koning Willem III dragen. Hier omheen staat het randschrift "WILLEM III KONING DER NED.G.H.V.L.". Onder het portret van koning Willem III valt de naam van de ontwerper te lezen: "V.D.KELLEN F."
Op de keerzijde is binnen een krans van eiken- en laurierbladeren het opschrift "VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON" te lezen.

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 4

Type 5
Daar de stempel voor type 4 begon te slijten werd er besloten een nieuwe stempel te vervaardigen. Deze werd op 12 april 1875 geleverd. Er waren meteen wat veranderingen doorgevoerd in de stempel. Daarom kan er rustig gesproken worden van een nieuw type medaille:
De voorzijde draagt het naar rechts gewende portret van een oudere koning Willem III. Hier omheen staat het randschrift "WILLEM III KONING DER NED.G.H.V.L.". Onder het portret van koning Willem III valt de naam van de ontwerper te lezen: "J.P.M.Menger.F."
Op de keerzijde is binnen een krans van eiken- en laurierbladeren het opschrift "VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON" te lezen.

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 5

Type 6
Na het overlijden van Willem III werd in 1891 de voorzijde vervangen door een naar links gewend portret van een jeugdige prinses Wilhelmina met loshangend haar. Het omschrift veranderde in: "WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN". Onder het portret in kleine letters "W. SCHAMMER. F.". De keerzijde bleef gelijk, zijnde een krans van lauwer- en eikentakken, waarbinnen het opschrift "VOOR / MENSCHLIEVEND/HULPBETOON".

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 6

Van dit type eenheidsmedaille werden slechts exemplaren in zilver en brons verleend.

Al geruime tijd werd er door decorandi gevraagd of ze hun legpenning ook draagbaar mochten maken. Tot dan toe werd dit verzoek steeds afgewezen. Soms vindt men als legpenning verleende medailles voor menslievend hulpbetoon draagbaar gemaakt aan een lint in de kleuren rood, wit en blauw of geheel oranje (in overeenstemming met de watersnoodmedaille).

Naar het batonoverzichtNaar het batonoverzicht

Type 7
Pas in 1897, als men moet gaan denken om het jeugdige portret van Hare Majesteit te gaan vervangen voor een volwassener portret voor na de kroning, wordt het idee voor een draagpenning weer van stal gehaald.

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 7Deze draagpenning werd ingesteld bij Koninklijk besluit no. 87 van 24 mei 1897 (en gewijzigd bij K.B. no. 43 van 22 juni 1898). Het was een ronde medaille, gedekt door een koninklijke kroon, met aan de voorzijde de beeltenis van koningin Wilhelmina (met knot op het achterhoofd) binnen het randschrift "WILHELMINA KONINGIN DER NEDERLANDEN" en een krans van eikenloof. De achterzijde had het opschrift "VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON AAN     " waaronder ruimte was voor het graveren van de naam van de gedecoreerde.

Naar het batonoverzicht

Het lint werd vastgesteld als zijnde oranje met een smalle rode middenbaan.

Aan gedecoreerden die reeds voor 1897 met de legpenning waren onderscheiden werd toestemming verleend om op eigen kosten een draagbare penning naar het nieuwe model aan te schaffen. Dit kon onder andere bij de Duitse firma G. Loos. De Loos-versie heeft echter een groot verschil met de officiële versie: het knotje van Koningin Wilhelmina zit niet op het achterhoofd, maar in de nek.

De 's Rijks Munt bleek niet in staat om zelf een verkleining het ontwerp te maken ten behoeve van miniatuurversierselen. Dit werd bij de firma F. Dubois te Brussel gedaan, waarna de 's Rijks Munt de verdere afwerking van het ponsoen en het maken van de stempels voor de miniaturen weer op zich nam.

Type 8

Erepenning voor menslievend hulpbetoon, type 8Uiteindelijk werd bij Koninklijk besluit no. 4 van 11 april 1912 het definitieve en huidige ontwerp van de erepenning vastgesteld: een ovale medaille van gedekt door een koninklijke kroon, metende 61 bij 33 millimeter. De voorzijde vertoont de Charitas-groep (het beeld der naastenliefde) binnen een rand met het opschrift "VOOR MENSCHLIEVEND HULPBETOON". De Charitas-afbeeling aan de voorzijde is ontleend aan de gebeeldhouwde groep in de voorgevel van het stadshuis van Bolsward en stelt een een vrouw voor met een kind op haar linkerarm, een kind aan haar rechterhand en een kind die zich links aan haar rok vastklampt.
De keerzijde bevat binnen een parelrand de woorden "DE KONINGIN AAN       ", waarna ruimte is opengelaten voor het graveren van de naam van de decorandus.
Het ontwerp is van Victor de Stuers. De medailleur is J.C. Wienecke en de fabrikant is 's Rijks Munt. Het muntteken is gelagen in de rand van de medaille.

Naar het batonoverzichtNaar het batonoverzichtNaar het batonoverzicht

Het lint bleef gelijk: oranje met een smalle rode middenbaan. Bij Koninklijk besluit van 2 augustus 1946 (Staatsblad no. G 199) werd nog vastgesteld dat, indien alleen de baton gedragen wordt, hierop bij de gouden en zilveren erepenning een kroontje van het desbetreffende metaal wordt gedragen.

Type 8a
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden Erepenningen voor Menslievend Hulpbetoon uitgereikt aan onder andere Britse zeelieden voor het redden van Nederlandse levens op zee. Aangezien de voorraad erepenningen in Nederland lag moesten er nieuwe exemplaren geslagen worden in Engeland. Om kosten te besparen werd bij Koninklijk besluit van 24 april 1941 er voor gekozen een iets verkleind model te doen vervaardigen: 39 bij 22 millimeter. Dit is te beschouwen als een variant van type 8 en dus opgenomen als type 8a.

Type 9
Bij Koninklijk besluit van 11 november 2013 werd de tekst op de keerzijde veranderd in "DE KONING AAN".


Literatuur

"Besluit van 11 november 2013, houdende wijziging van het koninklijk besluit van 2 augustus 1946, houdende nieuwe regelen betreffende de instelling van een Eerepenning voor Menschlievend hulpbetoon (Stb. G 199) in verband met het vervangen van de aanduiding «Koningin» door «Koning»", Staatsblad 2013, no. 470
"Besluit tot wijziging van de bepaling betreffende het dragen van ridderorden en eereteekenen", Leger Orders 1913, afd. VI, nr. 38
Leger Orders 1912 No. 166
Leger Orders 1898 No. 17
Leger Orders 1897 No. 68

Bax, dr. W.F. (1951). De Nederlandse ridderorden en onderscheidingen. Rotterdam/s-Gravenhage: Nijgh & Van Ditmar N.V., p. 40-41.
Bemolt van Loghum Slaterus, dr. A.J. (1954). De penningen betreffende het Koninklijk Huis 1909-1948. Jaarboek voor Munt- en Penningkunde, Koninklijk Nederlands Genootschap voor Munt- en Penningkunde. XLI, p. 37 [39].
Gelton, P. (2011, juni). Vijf maal Gouden Eremedaille voor Menslievend Hulpbetoon. Decorare. 25, p. 42-45.
Meijer, H.G., C.P. Mulder & B.W. Wagenaar (1984). Orders and Decorations of the Netherlands. Venray: eigen uitgave, p. 127, 129-130.
Mulder, C.P. (2005). Een bewijs van goedkeuring en tevredenheid. De medailles voor menslievend hulpbetoon 1822-2005. s-Gravenhage: Centraal Bureau voor Genealogie.
Zwierzina, W.K.F. (1900). Inhuldigingspenningen 1898. Aanvullingen en verbeteringen. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde. VIII, p. 196-198 [127/128].
Zwierzina, W.K.F. (1902). Beschrijving der Nederlandsche of op Nederland en Nederlanders betrekking hebbende Penningen, geslagen na November 1863 (Vervolg op het werk van mr. Jacob Dirks. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde. X (1), p. 36 [379].
Zwierzina, W.K.F. (1906). Nederlandsche Penningen 1864-1898. Deel III, 1890-1898. Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Munt- en Penningkunde. XIV (1), p. 161-162 [973].